zaterdag 28 juni 2008

Censuur




Hoe zou dat nou in China in haar werk gaan, censuur?
Ik vroeg het mij af nadat ik de Engelstalige uitgave van het mei-nummer van National Geographic had opengeslagen; een afgewogen uitgave, geheel gewijd aan dit immense rijk. Mijn oog viel op een doorgestreepte passage in een artikel over de geschiedenis van China en op een paar dichtgeplakte pagina's verderop in de uitgave.
Zou er bij iedere Chinese aanvoer- en luchthaven een ijverige partijdiender zitten, met viltstift en lijmpot in de aanslag, om Engelstalige publicaties te screenen en te kuisen op onwelvoeglijke taal? Zou ie daar een medaille mee verdienen? En wat denkt zo'n pennelikker dan vervolgens? Dat ik me door een met zijn zwarte vilstift doorgestreepte tekst en vastgeplakte pagina's laat intimideren? Dat ik dan deemoedig de ogen te neder sla?
Dan vergist die fijnslijper zich. Ik ben namelijk geen Chinees, gehard in discipline, maar een nieuwsgierige Europeaan. Mijn aandacht in ieder geval, was meer dan gewekt. De doorgestreepte alinea en dichtgeplakte pagina's werkten als een magneet op me. Ik moest en zou te weten komen wat mijn ogen niet mochten lezen. Was het een scabreuze tekst wellicht?
Ik hield de gewraakte pagina met doorgestreepte tekst tegen het licht en, eureka, ik ontcijferde wat voor mij verborgen moest blijven. Hou uw hart vast, misschien kunt u de vetgedrukte informatie niet verwerken:
'After 1900 when the Boxer Rebellion swept across Beijing, every decade included at least one major political upheavel. Usually these events were violent, ranging from the Japanese invasion to the Cultural Revolution to the massacre around Tiananmensquare in 1989.

Wat denken ze nu in China?
Dat u en ik niet allang wisten dat alles dat met die studentenopstand te maken had, in China wordt doodgezwegen?
Het ijverige partijkader moet me maar op m'n woord geloven. Over deze kwestie zal ik hier zwijgen als het graf. Ik respecteer de geschreven en ongeschreven codes van mijn gastland, maar 'Die Gedanken sind frei'.
Vrij vertaald luidt de eerste strofe van dit uit 1500 stammende Duitse verzetslied als volgt:

De Gedachten zijn vrij,
wie kan ze beletten?
Ze ijlen voorbij naar eigene wetten.
Geen mens kan ze raden,
of grijpen of schaden.
Hoe sterk hij ook zij,
de Gedachten zijn vrij!


Een land dat zich schaamt voor zijn fouten; dat pijnlijke geschiedenissen niet onder ogen wil zien en onder zwarte viltstift- en lijmstrepen wil bedekken. Daar denk ík uiteraard wel het mijne van.

zaterdag 21 juni 2008

Iedere Chinees ontpopt zich als docent Mandarijn



In Nederland heb ik nog nooit een Nederlands sprekende buitenlander gecorrigeerd in zijn uitspraak of in zijn zinsopbouw. Niet zozeer uit desinteresse, het kwam gewoon nooit bij me op. Ook omdat ik die buitenlander niet wilde beledigen of kwetsen.
In China echter ontpopt iedere Chinees zich spontaan als docent naar iedere buitenlander die Mandarijn probeert te spreken. Waar ik me ook begeef: een Chinees corrigeert spontaan mijn fouten in de taal. Ze hebben de taallessen die ze zelf tijdens hun schooljaren hebben gehad, nog goed in het koppie zitten. Met de vinger in de lucht beschrijven ze de juiste toon. Precies zoals mijn ijverige docenten het ook doen en corrigeren waar nodig mijn uitspraak en zinsopbouw. Niet zozeer om me de les te lezen, maar om me vooruit te helpen. Het gebeurt allemaal met groot geduld en ze doen het met groot plezier. Chinezen zijn er maar wat trots op dat een buitenlander hun complexe taal wil leren spreken. Ze helpen die persoon met genoegen vooruit.

Oplichten op z'n Chinees



Chinezen zijn handelaars. In Guilin waar ik tijdelijk woon, worden drie prijzen gehanteerd. Een lage prijs voor inwoners van Guilin; een hogere prijs voor buiten Guilin wonende Chinezen en een topprijs voor alles dat blank is. Een ijzeren wet, ook in andere steden, zo bleek mij.
Chinezen zijn aardig, maar je moet ze in de gaten houden. Als ze de kans krijgen, kleden ze je gewetenloos uit.
Wij wilden eens een dagje uit zonder allerlei beslommeringen. Hieronder beschrijf ik hoe zo'n dagje uit er met een Chinees reisbureau in de praktijk uitziet voor een buitenlandse toerist.

Een dagtocht naar de wereldberoemde rijssterrassen van Longji was snel geboekt. 'Special price', hadden ze gezegd bij het reisbureau. In plaats van de geafficheerde 180 Renminbi, hoefden wij maar 150 RMB af te rekenen (omgerekend 15 Euro). Voor Chinese begrippen goed aan de prijs, maar ja gemak dient de mens en 'luxe touringcar' en zo. Die luxe viel al gelijk tegen. Het was een gammel busje dat ons ophaalde. De airco werkte bovendien niet goed. Het was weliswaar bewolkt, maar toch 32 graden. Onze knieën pasten bovendien niet achter de stoelen, want het busje was op Chinezen ingesteld.
De volgende bezoekers werden bij diverse hotels opgehaald: 16 Chinezen in totaal. In het busje hield onze gebrekkig Engels sprekende reisbegeleidster in het Mandarijn een lang verhaal over de dollar; dat die munt tig maal zoveel waard was als de Renminbi en dat wij buitenlanders om die reden overal een ander tarief zouden moeten betalen. Mondje dicht voor de Chinezen. De Chinezen begrepen de boodschap. Pech voor de reisbeleidster: ook ik had haar boodschap begrepen.
Als zuinige Nederlander had ik gelijk zwaar de smoor in over deze Chinese prijspolitiek. Het Chinese gezelschap hoefde slechts 50 Renminbi af te rekenen voor dezelfde trip. Ik zei tegen mijn Amerikaanse gezelschap wat ik had gehoord en we spraken af dat we onze kont tegen de kribbe zouden gooien. We zouden ons niet verder laten tillen. Uiteraard voorzover dat in ons vermogen lag.
De bus stopte bij een gehucht met een toneelzaal. Hier zou een korte show worden opgevoerd door de minderheid Yao. Een bevolkingsgroep die bekend is geworden door het Guinness book of records. De Yao-vrouwen dragen haar van wel 1,5 meter lang en tijdens de uitvoering zouden ze hun geknotte haar ontknopen voor de toeristen. Mij bleek maar weer eens dat al die prijslijsten bij toeristische attracties alleen bestemd zijn voor buitenlandse toeristen. De reisleidster vroeg of wij per persoon 60 Renminbi wilden afrekenen en ze wees op de prijslijst. Voor de Chinezen zat de show in de toerprijs begrepen. Alle Chinezen trouwens mochten gratis naar binnen.
Wij weigerden de kaartjes voor de show af te nemen. De reisleidster, die luisterde naar de naam Leenders, bood mij de kaartjes vervolgens nog aan tegen 40 Renminbi, want een echte Chinees onderhandelt tot ie er dood bij neervalt. Maar wij, wij hadden geen trek meer in haar 'Chinese style'.
Op naar de rijstterrassen. We moesten overstappen in een ander busje. Een busje dat overigens net zo lang en breed was als ons busje. Leenders had inmiddels begrepen dat ze het niet al te bont moest maken. Wij betaalden haar 12 Renminbi per persoon; ons Chinese gezelschap voor hetzelfde ritje 6.
Aangekomen in het dorp Pin-An moesten we een eind de berg op klauteren. Tijdens die klim werd het zicht op de rijstterrassen verpest door de honderden kraampjes die langs de weg stonden uitgestald. Je kon geen pas zetten of je werd aangeklampt om iets te kopen.
Halverwege de klauterpartij zouden we lunchen. Op de rustplek aangekomen werd de mij inmiddels bekende Chinese truc uitgehaald. Engelse menukaarten voor de buitenlanders met verdriedubbelde prijzen. Onze reisleidster ging uiteraard over onze afrekening.
Op de terugweg stopten we onverwacht bij een waterval. Het was de bedoeling dat we in bootjes gingen raften over een woest kolkend riviertje met diverse watervallen. Voor de Chinezen in de toerprijs begrepen, voor ons 100 Renminbi per persoon. Niemand van ons reisgezelschap had schone kleren bij zich. Geen probleem vertelde de reisbegeleidster. Nieuwe kleren konden we ter plekke aanschaffen. Na enige aarzeling en overleg stapten de Chinezen toch in de rubberboten. Wij reden met het busje naar het eindpunt van de raft. Die Chinese juf kon ons wat.
Vrolijk, maar kleddernat stapten de Chinezen een uur later uit de boten. En zo stapten ze ook in het busje. Eenmaal terug in Guilin en werd iedereen afgeleverd waar ie die ochtend ook was opgehaald. De reisleidster stapte voortijdig uit. Ons werd geen 'zaijian'(tot ziens) toegewenst.

maandag 16 juni 2008

Overstroming in toeristenmekka Yangshuo




Yangshuo is het toeristenmekka, tevens parel in de kroon, van de provincie Guangxi. Vanaf Guilin is het een uur rijden naar deze prachtplek aan een van de mooiste gedeelten van het Karstgebergte, aan de Li-rivier.
Afgelopen vrijdag heeft het onheil toegeslagen en is het dorp overstroomd. Het water van de Li heeft het pittoreske Yangshuo veranderd in een grote modderpoel. Het water kwam wel tot 1 meter hoog. Het dorp werd tijdelijk afgesloten voor bezoekers. Bovendien was de electriciteit uitgevallen.
De zware regenval heeft weliswaar Guilin vooralsnog behoed voor natte voeten, maar verder stroomafwaarts is het dus een rampenverhaal. Waar ooit rijstvelden waren, ligt nu een enorme plas water. Chinezen staan vanaf de snelweg te vissen in de rijstvelden. Een vreemd gezicht.
Twee dagen na de overstroming - zondag 15 juni- bracht ik een bezoek aan Yangshuo. Winkeliers waren druk bezig de modder uit hun winkels te vegen. Hun gehele boedel stond, hing of lag kleddernat buiten te drogen en ging tegelijkertijd in de uitverkoop. Niet verkoopbare restanten werden in grote vuilniszakken afgevoerd. Koopjesjagers konden hun slag slaan.
Andere winkeliers hadden hun zaakjes al weer min of meer op orde. Jimmy, de eigenaar van 7the Heaven Café, vlakbij de drukke winkelstraat West Street, zat al weer achter een smakelijk bord noedels met beef. Hij vertelde mij dat het ieder jaar wel regent, maar dit jaar... In geen 50 jaar zou Yangshuo een overstroming als deze hebben gekend. Voor mensen als Jimmy, maar ook voor alle andere Chinezen in Yangshuo, is er bij rampspoed weinig tijd om bij de pakken neer te zitten. Over het algemeen zijn deze ondernemers niet verzekerd. Ze hebben de veerkracht om bij tegenspoed niet te jeremiëren, maar om de ontstane problemen daadkrachtig aan- en op te pakken. Er zit ook weinig anders op. De klanten van morgen moeten de gederfde inkomens weer enigszins compenseren.
Diegenen in Yangshuo die hun zaakjes al weer op het droge hadden, stonden glimlachend toeristen te woord in hun zaak. Alsof er niets was gebeurd. Inderdaad, in Yangshuo must the show go on en wordt niet lang teruggeblikt. Zoals in heel China, lijkt het wel.

dinsdag 10 juni 2008

Li-rivier treedt buiten haar oevers





Het regenseizoen is niet altijd een pretje voor de bewoners langs en aan de Li-rivier in Guilin. Door de zware regenval trad de Li op 9 juni buiten haar oevers. Gevreesd werd dat de bewoners langs de rivier het niet droog zouden houden. Het spande er tevens om of de bruggen over de Li uit veiligheidsoverwegingen wel of niet zouden moeten worden afgesloten. Gisteren al was de rivier verboden terrein voor alle vervoer over het water. Een schadepost voor de pleziervaart. Dagelijks maken vele duizenden toeristen vanaf Guilin stroomafwaarts een boottrip langs het feërieke Karstgebergte, richting Yangshuo.
De Li is altijd betoverend mooi. In Europa zijn alle steden aan het water - London, Parijs, Rome, Amsterdam - ook prachtig, maar het is er allemaal zo af, zo gecultiveerd. In China is men, gelukkig maar, nog niet zo ver. Een deel van de rivier is weliswaar langs de borders aangekleed met schitterend groen en voorzien van wandelpaden, maar veel stukken langs de rivier zijn nog ongerept met her en der kleinschalige nederzettingen van vissers en ambachtslieden.
Veel inwoners van Guilin vergaapten zich de afgelopen dagen vanaf de hoger gelegen kades aan het natuurgeweld. De bronzen beelden van de paarden, onderaan de belangrijkste toegangsbrug naar het centrum van de stad, de Jiefang, waren zo goed als kopje onder. Slechts één paardehoofd wist de woest meanderende stroom vooralsnog te weerstaan.
Vandaag is het water al weer wat aan het zakken. De inwoners van Guilin houden vooralsnog de voeten droog.

zondag 8 juni 2008

Studenten geven bloed voor Sichuan





Dagelijks staan 400 studenten van de universiteit in Guilin bloed af voor de slachtoffers van de aardbeving in Sichuan. De animo om dit te doen is groot in heel China. Wat dat betreft wordt een mentaliteitsverandering vastgesteld onder de bevolking. Zou een vergelijkbare ramp 10 jaar geleden hebben plaatsgevonden, dan zouden veel Chinezen zich hoogstwaarschijnlijk niet persoonlijk verantwoordelijk hebben gevoeld, maar met de vinger naar 'de partij' hebben gewezen.

China verandert in rap tempo. Dat blijkt ook nu weer uit de spontane acties na en reacties van de bevolking op de aardbeving. Chinezen geven aan zich zeer verbonden te voelen met hun onfortuinlijke medevaderlanders. De biljoenen Renminbi's aan giften illustreren deze verbondenheid.
Ook het grote aantal Chinezen dat zich als vrijwilliger heeft aangemeld om in Sichuan te helpen, is enorm. Van de universiteit in Guilin zijn vrijwilligers-brigades aan het puinruimen in Sichuan. Weer andere studenten fungeren als tolk voor de toegestroomde buitenlandse hulpverleners.

De Chinezen voelen zich verantwoordelijk om voor de mensen uit Sichuan een nieuwe toekomst te plaveien. Of die nieuwe toekomst nog in Sichuan zal liggen, is nog maar helemaal de vraag. Want wie wil nu nog in zo'n gebied wonen? Veel studenten aan de universiteit in Guilin gaven mij aan 'voor geen goud' te willen solliciteren naar een baan in de getroffen provincie. Punt van aandacht voor de plannenmakers in Beijing, dunkt mij.

Ook vandaag staat een lange rij studenten geduldig te wachten bij het bloedtransfusiebusje van het Chinese Rode Kruis. Studenten-leden van het Rode Kruis hebben de zaken op de campus keurig voorbereid. De artsen en verpleegkundigen kunnen
ongestoord aan de slag met hun zo belangrijke werk.
Alle studenten die bloed willen afstaan vullen verplicht een lange vragenlijst in. Deze antwoorden worden doorgenomen in een gesprek. Daarna prikt een arts in de wijsvinger van een student om de bloedgroep en rhesusfactor te kunnen bepalen. Als laatste is er dan de entree tot de bus waar de finale handeling plaatsvindt: het aftappen van het bloed.

Drakenbootfeesten Guilin afgelast





De huidige versie van de jaarlijks terugkerende Drakenbootfeesten in China verwijst naar de dichter Qu Yuan (340 voor Chr.). Deze poeet werd indertijd van het hof verbannen, nadat hij hervormingen had voorgesteld. Tijdens zijn omzwervingen die volgden op zijn verbanning schreef Qu Yuan de allereerste Chinese gedichten in de ik-vorm en creëerde hij de 'sao', oftewel de 'triestheidsliteratuurstijl'. Alle latere Chinese dichtkunst vindt haar basis in de gedichten van deze Chinese Piet Paaltjens. Qu Yuan maakte een eind aan zijn leven en sprong in de Miluo-rivier. Na zijn dood kwamen veel mensen naar die rivier om hem de laatste eer te bewijzen.

Met de Drakenbootfeesten wordt de legende over Qu Yuan jaarlijks in heel China herdacht. De drakenboten spelen de zoektocht naar zijn lijk in het water na. Tijdens de races worden in bananenblad gewikkelde rijstzakjes gegeten. Deze zakjes staan symbool voor het voeren van de vissen die mogelijkerwijs het verdronken lichaam van de dichter willen opeten.

Het Drakenbootfeest in Guilin trok ook dit jaar vele tienduizenden bezoekers. Helaas waren de weergoden de drakenboten op de Li-rivier niet gunstig gezind. Halverwege moesten de Drakenbootraces worden afgelast vanwege het noodweer dat losbrak.

Olympische toortskoorts in Guilin


<

De leiding van de universiteit had ons nog zo op het hart gedrukt niet te gaan. Het zou gevaarlijk druk zijn. Maar massaal spijbelden we en gingen we toch. Toch kijken naar de rondgang van de Olympische toorts door Guilin. 6 juni jl. om 09.00 uur zou deze vlam der vlammen de stad bereiken. 'Light the passion, share the dream'. Het is het motto dat de rondgang van de toorts door China begeleidt.
Gekleed in t-shirt met de tekst 'I love China', gewapend met vlaggetjes met daarop het logo van de komende spelen en met een rode sticker met nog meer China-love op mijn voorhoofd, verliet ik om 06.00 uur 's ochtends de campus. Niet alleen ik wilde de 'dream sharen', maar heel Guilin (700.000 inwoners), zo leek het wel wel. Eenmaal op de openbare weg werd ik opgenomen in een schare van tienduizenden in vergelijkbare outfit gestoken Chinezen. De stemming was vrolijk, opgewekt; beetje opgewonden ook.
Na ruim een uur lopen vond ik een geschikte plek. Een betonnen afrastering rond een boom. Ik kon over de hoofden heen kijken. De Chinezen zwaaiden naar hartelust met hun Chinese vlaggen en ik zwaaide met m'n rode en witte vlaggetjes enthousiast mee. Iedere keer als iets er op duidde dat het grote moment was aangebroken, schoten alle camera's in de lucht en drong het publiek als in een wave naar voren en scandeerde het massaal de yell 'jiayóu Zhongguó jiayóu', oftewel 'Hup China hup'. Dat laatste gebeurde met zo'n overgave dat het mij de rillingen over de armen deed lopen. De Chinezen gingen compleet los bij die yell, en ik, ik werd er in meegezogen.
Nadat een paar reclamewagens met daarop een stel swingende dames was gepasseerd - het leek wel de carnavalsoptocht van Breda - kwam ie er dan eindelijk aan: dé vlam. Eerlijk gezegd was het niet meer dan een vlammetje op de 72cm. hoge toorts. Deze toorts hield het vlammetje via propaangas brandende, of meer toepasselijk, wakende. In een vloek en een zucht was ie en was het voorbij. Amper 1 seconde heb ik 'm gezien, in handen van een plaatselijke atleet. Dat was al. Het is helemaal niets, maar toch, ik had het voor geen (Olympisch) goud willen missen.

maandag 2 juni 2008

Mens of machine? (vervolg)



Waarom is het Chinese onderwijssysteem zoals het is? Ik heb in Nederland zelf veel onderwijsvernieuwing aan den lijve ervaren: van schools, naar Mammoet- naar projectonderwijs. Het Chinese onderwijs daarentegen lijkt net zo flexibel als karststeen. Er moet als het ware eerst een aardbeving overheen wil het veranderen.
Het lijkt me niet zozeer de politieke ideologie die het autoritair overkomend Chinese onderwijsmodel bepaalt. Democratieën als Vietnam, Zuid-Korea etc. hanteren hetzelfde model, zo vertelden mij m'n klasgenoten. Ik kan daarom geen andere reden bedenken dan dat de complexiteit van de taal, en dan met name van het karakterschrift dat ook in veel andere Aziatische landen regel is, de sleutel is die veel kan verklaren over de inrichting van het Chinese onderwijs.
Het karakterschrift is dermate ingewikkeld dat kinderen van jongs-af-aan worden gedrild. Het schrift wordt echt in de onschuldige kinderhoofdjes gebeiteld. Iedere dag moeten Chinese kinderen, althans zo heb ik mij laten vertellen, als huiswerk een karakter maar liefst 100 x op een vel reproduceren. Het zou de enige werkbare methode zijn om dit schrift, dat tevens een groot gevoel voor detail vraagt, te laten beklijven in de hersenpan.
Ervaringsdeskundig als ik inmiddels ben, kan ik melden dat slechts een beperkt aantal karakters te herleiden is tot een min of meer concrete, versimpelde voorstelling van de werkelijkheid. De meeste karakters zijn, helaas, niet op basis van een bepaalde logica tot stand gekomen. Of moet het zijn dat ik nog niet zover ben?
Vooralsnog moet je veel karakters, heel dom, in je hoofd stampen en zien te onthouden via allerlei ezelsbruggetjes. Een gewone Chinees, een taxichauffeur, een marktkoopman, zou gemiddeld 3.000 karakters beheersen. Ik vind dat een topprestatie als je IQ niet meer is dan gemiddeld. Daar hebben die mensen ongelooflijk veel moeite voor moeten doen, strijd voor geleverd. Het kan niet anders dan dat Chinezen, Aziaten, aan het leren beheersen van de karakters een deel van hun kind-zijn hebben opgeofferd.

Ik ben dus geneigd te veronderstelen dat het karakterschrift de Chinese geschiedenis en cultuur in belangrijke mate heeft bepaald. De discipline, wilskracht, volharding, zorgvuldigheid die het beheersen van dit karakterschrift vraagt, vormen een mens, een volk, een land. Wellicht dat Chinezen daarom in een aantal opzichten kinderlijk zijn gebleven en over het algemeen niet verder komen dan kopiëren. Hun emotionele ontwikkeling is een andere dan die in westerse landen. In China is voor kinderen en jongeren domweg niet zoveel plek en ruimte voor persoonlijke groei, voor creativiteit, voor het exploreren van talenten.
Als kind leer je hier niet zozeer spelen, maar domweg karakters tekenen. Kinderen komen er hier niet aan toe zich af te vragen wie ze zijn en wat ze willen. Het ontwikkelen van een persoonlijke mening is iets dat ruimte vraagt in tijd en in mind. Die tijd is er niet in het onderwijs en in het gemiddelde Chinese gezin zit men 's avonds ook niet gezellig met z'n allen rond de rijstpan te agogen. Vaders werken vaak in een andere provincie en komen, in het negatieve geval, maar 1x per jaar naar huis. Ook vrouwen moeten in het geëmancipeerde China hard werken om hun gezin draaiende te houden. Veel studenten vertellen mij door hun grootouders te zijn opgevoed. In China is kortom heel hard studeren en/of heel hard werken het parool.
Als puber doe je over het algemeen niet de studie die het meest past bij jouw persoonlijke kwaliteiten en talenten, maar volg je de studie die je ouders op inschatting van toekomstig rendement voor je hebben uitgekozen. Het is de bedoeling dat je als kind later voldoende verdient om je ouders een onbezorgde oude dag te bezorgen.
Veel jongeren dragen hierdoor een zware, morele last met zich mee. Ze mogen niet mislukken, want hun ouders zetten alles opzij, werken dag en nacht, om hun studie te bekostigen. Die jongeren kunnen zich niet de luxe permitteren zich af te vragen of ze wellicht iets anders hadden gewild. Degenen die dat wel doen, hebben het moeilijk. In de beslotenheid van mijn appartement heb ik aangrijpende levensgeschiedenissen aangehoord.

In China worden jongeren gekneed, beter gezegd, laten ze zich vooralsnog kneden. Maar met al die buitenlandse studenten binnen de Chinese universiteitspoort en met de communicatiemogelijkheden van internet, kan het niet anders dan dat ook het Chinese onderwijs ooit veranderingen zal moeten ondergaan. Niets is statisch; vroeg of laat wordt er aan geknaagd. Veel jongeren die ik spreek op de campus hunkeren naar emotionele ruimte, naar wat minder prestatiedruk. Ze zien buitenlanders rondlopen op de campus die zich anders gedragen dan zij; buitenlanders die meer hun eigen weg gaan, een eigen mening hebben, en zich niet laten bepalen door een vorm van groepsdruk of door een 'omdat dat nu eenmaal zo hoort'.

Chinese studenten die het zich kunnen permitteren, slaan hun vleugels uit naar het westen. Ik begrijp dat goed. Het gaat ze niet alleen om de extra know-how, maar minstens ook om te proeven aan vrijheid van denken en handelen. Ze willen zich een beetje losmaken van de knellende banden en het eenrichtingsverkeer in het thuisland. Laten we al die studenten met open armen ontvangen. Het prijskaartje verdient zich vanzelf terug doordat hierdoor begrip wordt gekweekt voor de waarden en de verschillen van de culturen. Zoiets is, mondiaal gesproken, goud waard.
De ervaringen die die jonge Chinezen in Europa en elders in de wereld opdoen met andere vormen van onderwijs, zal onvermijdelijk ooit haar weerslag hebben op de organisatie van het Chinese onderwijs.
Uiteraard heeft het Chinese onderwijs zoals ik dat heb genoten, ook mij aan het denken gezet. Zo werken die dingen nu eenmaal. Het Chinese onderwijs namelijk heeft ook zo haar voordelen. Er is bijvoorbeeld groot respect voor de kennis van de docent. En enige vorm van discipline krijg je hier voor de rest van je leven gratis bijgeleverd.

Mens of machine?



Een semesterstudie Mandarijn aan de universiteit in Guilin is zowaar geen kattepis. Zeker niet voor mensen als ik: beetje eigengereid, want besmet door het individuatie-virus. Deze manier van zijn staat op gespannen voet met het collectiviteitsbeginsel waar het Chinese onderwijs patent op lijkt te hebben. Dat systeem namelijk is niet toegesneden op het individu, maar op het collectief en op het landsbelang. De tekst op de begeleidende foto (middelbare school, Guilin)representeert goed het doel van het onderwijs in China: 'Carry out the all-round quality of education, and try to train and make students builders and leaders of socialism in China'. Dit 'mission statement' zou iedere Europeaan die in China gaat studeren, in de oren moeten knopen. In mijn geval werd eraan de universiteit totaal geen rekening gehouden met mijn culturele achtergrond, mijn leerstijl en -interesses. Er zat niets anders mij te voegen, mij te verplaatsen in de cultuur van China en in de 'way of teaching' van het Guilinse onderwijsinstituut.

Mandarijn studeren, althans in Guilin, was kortom een kwestie van 'take it or leave it'. Even slikken. Even wennen ook. Wennen aan het feit dat docenten alleen maar Mandarijn spreken en vaak ook alleen het karakterschrift beheersen. Het Pinyin, dat een transcriptie is van het karakterschrift voor Engelssprekenden, wordt zelfs door veel docenten niet of niet goed beheerst. Het is dus schrikken en daarna heel snel de kiezen op elkaar - het stellen van vragen is beslist niet de gewoonte -, stevig doorstuderen - alles moet de volgende dag letterlijk worden opgedreund - en de rug recht houden.
Aandacht voor het persoonlijke, voor het unieke van een individu. Het lijkt in de didactiek geen prioriteit te hebben. Dat je als student zelf keuzes zou willen maken en prioriteiten zou willen stellen; dat je zelf wat te zeggen zou willen hebben over de lesstof... Het lijkt in Guilin en naar ik begreep ook bij andere universiteiten in China vooralsnog tegen dovemansoren gezegd.
Het onderwijs aan ons Nederlanders was gewoon een kopie van de algemeen geldende Chinese onderwijsideologie. Er wordt weinig gepamperd; het land wacht. Al zouden ze willen, ze zouden niet weten hoe ze het anders zouden moeten aanpakken. Al decennialang is het onderwijs in China zoals het is: autoritair en eenrichtingsverkeer. Daarmee wil ik niet suggereren dat de docenten 'draken' zijn. Integendeel, ze zijn heel zachtaardig, vriendelijk ook, maar zichzelf vragen stellen doen ze niet. Dat is deze mensen niet aan te rekenen. Ze weten niet beter, maar het is waarlijk een groot verschil met de Europese cultuur.

Toch had het wel wat, dat kostschoolsysteem. Je wist precies waar je aan toe was. Alle lessen begonnen stipt op tijd. Als je de docenten niet kon verstaan, tja dan had jij een probleem, niet zij.
Verbazingwekkend vond ik wel dat men aan deze universiteit vooralsnog totaal geen notie heeft van wat er bij komt kijken om een Europeaan Mandarijn te leren. Ik moest echt leren jongleren met de tong en met de klanken. Het waren ook niet de docenten die mij de kneepjes daarin bijbrachten. Het waren de studenten van de campus. In ruil voor Engelse conversatie, gaven ze mij met groot geduld bijles.
Los van de grootte van de klas - ruim 24 personen - had het docerend personeel ook niet voldoende aandacht voor toon en uitspraak. Het leek alsof ze redeneerden: 'als wij het hebben geleerd, moet een ander dat ook kunnen'. En dan te bedenken dat veel Chinezen, zelfs na jarenlange studie van de Engelse taal, vaak niet verder komen dan wat onverstaanbaar gebrabbel. Ze zouden dus beter moeten weten, maar aan reflectie doet men in China niet zo.
Een paar anecdotes over het onbegrip voor het corect aanleren van de taal.
Een docente, zij gaf 'luistertechniek', was na enige weken les verontwaardigd dat mij de Mandarijnse woorden en tonen nog niet foutloos uit de mond rolden. Weer een andere docente, zij sprak alleen Mandarijn, kon maar niet begrijpen dat wij Nederlanders na een paar weken nog steeds niet het karakterschrift beheersten. Alsof je je dat schrift op een achternamiddag eigen zou kunnen maken. Ze zouden beter moeten weten, maqar zoals ik al stelde, Chinezen leven in het nu en blikken niet terug, blikken niet terug op hun eigen geworstel met het aanleren van het Mandarijn.
Tijdens de lessen moest ik vaak denken aan de mierenkolonie die huist in mijn appartement. Op een dag zag ik dat mieren gezamenlijk een gevallen pinda richting mijn balkon duwden. Vaak voelde ik mij op de universiteit deel uitmaken van een mierenkolonie. Alleen wist ik niet welke kant ze mij op wilden hebben. Ik zat hier voor mijn eigen ontwikkeling. Hét landsbelang dienen, tja, wat moest ik ermee?

De lessen Mandarijn aan de universiteit in Guilin verliepen via een vast stramien. De docenten joegen er dagelijks vakkundig, maar in sneltreinvaart, een grote hoeveelheid stof doorheen. Lesstof die voor verbetering vatbaar is. In de situatie van Guilin was deze toegesneden op de onderwijscultuur van andere Aziatische landen met karakterschrift. Naïef wordt er van uitgegaan dat Europeanen daarin zonder problemen meekunnen.
De leerboeken Mandarijn die wij, buitenlandse studenten, dit eerste semester hebben bestudeerd, bevatten dialogen. Die dialogen gaan over huis-tuin-en-keukenzaken. Jan ontmoet Piet op de markt en Jan vraagt Piet wat de appels kosten per pond. Het huiswerk bestaat er uit die dialogen letterlijk in de kop te stampen en de volgende dag in een bepaalde cadans op te dreunen, dus te reproduceren. Als de appels van Piet in de dialoog 0,89 Renminbi kostten en de peren 0,41 Renminbi, dan weet je dat de volgende dag. Evenals het totaalbedrag dat Piet aan de marktkoopman heeft betaald, inclusief het wisselgeld dat hij daarna van die marktkoopman heeft gekregen. Ik als Nederlander vond deze vorm van stampen volslagen achterhaald.

Discipline is me wel bijgebracht in China. Om 06.00 uur word je gewekt voor de ochtendgymnastiek. Vaak bekroop me de idee dat ik me gemeld had bij het leger. Prettig is wel de gewoonte dat iedereen hier 's middags een dutje doet.
Aan de universiteit in Guilin wordt 7 dagen in de week lesgegeven, tot 's avonds 22.00 uur. Als buitenlandse student had ik, goddank, slechts 5 dagen les per week, maar ook dat was bijzonder pittig. Na de les is het niet gezellig op naar de kroeg - dat fenomeen moet in Guilin nog worden uitgevonden-, maar studeren. Niet alleen de Chinezen studeren als gekken. Alle Aziaten in de klas vinden het de normaalste zaak van de wereld. Ze lijken niet anders gewend in Zuid-Korea, Vietnam etc. Het ambitieniveau van jongeren is ongekend hoog. Kennis, kennis vergaren is het parool.
Veel problemen die ik als Nederlander tegenkwam bij het aanleren van de taal, zou ik normaliter nog even met klasgenoten hebben doorgenomen. Helaas, ook zij spraken geen of amper Engels. De conversatie verliep hierdoor noodgedwongen via gebrekkig Mandarijn.

In het Chinese onderwijs, ik stelde het al eerder vast, wordt niet gedacht, maar wordt er voor je gedacht. Een onbekende 'men' heeft tientallen jaren geleden bepaald wat goed voor je is en dat wordt klakkeloos uitgevoerd.
Aan het eind van het leerproces word je als student afgeleverd als kant-en-klaar-radertje. Je kunt in principe de uit het hoofd geleerde lesjes opdreunen. Je hoeft maar op een knop te drukken en je gaat ratelen. De mens als machine. Ik had associaties met 'Modern Times' (1936, Charlie Chaplin).
Creativiteit, oorspronkelijkheid, individualiteit, inzicht... Daar zit men in China, zo lijkt het, niet zo op te wachten.

Is het onderwijs dat ik heb genoten effectief? Als 57-jarige kan ik me na 4 maanden stampen enigszins verstaanbaar maken in het Mandarijn, maar ik moet nog veel, heel veel oefenen. Hard studeren was het. Eerlijk gezegd heb ik van m'n leven nog nooit zo hard en gedisciplineerd gestudeerd. Er zat niet veel anders op. Ik wilde voorkomen er voor spek-en-bonen bij te komen zitten. Echter, ik kan me beslist effectievere methoden voorstellen om een Europeaan wegwijs te maken in de Mandarijnse taal.

Binnenkort sluit de universiteit in Guilin haar poorten. Ondanks mijn kritiek op het onderwijssysteem, zal ik de campus met weemoed en dankbaarheid verlaten. Ik heb er namelijk bovenal een fantastische tijd gehad: heb me kunnen onderdompelen en verdiepen in de Chinese cultuur en heb ongelooflijk veel aardige en bijzondere mensen leren kennen.
Een semesterstudie in een vreemd land. Ik kan het van harte aanbevelen.

zondag 1 juni 2008

1 juni: Dag van het kind





Eén dag in het jaar staat het kind in China centraal: op de Internationale Dag van het Kind op 1 juni. Dan krijgen alle Chinese kinderen cadeautjes en overal worden activiteiten georganiseerd die kinderen leuk vinden. Verjaardagen worden niet apart gevierd, zoals in Nederland het geval is. Op één dag in het jaar gebeurt het dus en daarna zijn ouders, grootouders er voor de rest van het jaar van af.
1 juni was een prachtige, zonnige zondag in Guilin. De parken stroomden vol met gezinnen met vrolijk gestemde kinderen. Vaak in het nieuw gestoken.
Ballonnen-, taartjes- en ijsverkopers deden goede zaken.