maandag 26 mei 2008
De vloer op met... 'tutors'
Studententoneel. Ik heb er lang niet mee te maken gehad, maar studenten nodigden mij uit voor een avondje theater op de campus in Guilin. Ik wist niet goed wat ik mij er bij voor moest stellen. Theater- en dramatechnieken staan in China veelal nog in de kinderschoenen. Het heeft te maken met een Mao-verleden waarin theatervormen 'not done' waren. Daarnaast ontbreekt het op de campus ook aan adequate apparatuur, zoals aan audio en theaterlampen. Wat kon ik verwachten? Nieuwsgierig zocht ik een plaats in de afgeladen collegezaal. De stemming was opgewonden. Een bewerking van 'de klokkenluider van de Notre Dame' zou ten tonele worden gevoerd. De spelers waren major-studenten Engelse taal.
Heel creatief en met minimale middelen was het toneel aangekleed. De kleding van de acteurs was daarnaast met gevoel voor decorum gemaakt. Tot zover niets bijzonders. Wel bijzonder was dat het stuk mimend werd gespeeld. De erbij horende tekst werd ingesproken door medestudenten en geluiden als klokgebeier en wapengekletter werd weer door andere studenten à la minute verzorgd. Daarmee werd het gebrek aan goede apparatuur gecompenseerd.
Met name de zogenoemde 'tutors', de sprekende stemmen, kweten zich met verve van hun opdracht. In een rij stonden ze aan de zijkant van het toneel met een microfoon in de hand. Chinezen zijn niet zo gepassioneerd in hun communicatie, maar nu gingen alle remmen los, zo bleek mij al gauw. Het was een lust om naar te kijken. Frêle meisjes die bloeddorstige teksten declameerden. De zaal ging uit z'n dak. Ongelooflijk geestig was bovendien dat de tekst niet altijd parallel liep met de acteerprestaties. Je krijgt dan een soort van versnelde handelingen van de acteurs om weer bij de tekst te komen. Dit werkte ongewild uiterst geestig uit. Ik heb in tijden niet zo gelachen tijdens een theatervoorstelling. Ik lag werkelijk dubbel en met mij het talrijke publiek.
Tukkie doen (eigen aardigheden, 3)


Vreemde mogendheden die China willen binnenvallen, kunnen dat het beste doen tussen 13.00 - 14.30 uur. Grote kans dat het gros van de Chinezen op dat moment een dutje doet.
Mijn vader pleegde tijdens zijn arbeidzame bestaan ook altijd tussen de middag een slaapje te doen. Na de middagboterham vleide hij zich neer op de bank en wij kindertjes Nuijen mochten dan geen lawaai maken tijdens het spelen.
Zou mijn vader zijn goede gewoonte - hij is inmiddels 88 - van de Chinezen hebben afgekeken, zo vraag ik mij inmiddels af. Na de lunch, die hier vaak bestaat uit noedelsoep en ander onbestembaar warms, doen veel Chinezen hun 'xuxi'. Een bank bezitten ze vaak niet en bovendien werken de meesten ver van huis. Daarover niet getreurd. Een Chinees kan overal slapen. Op fiets, op brommer, aan een tafel, of op een stukje karton op straat. Liggend slapen, maar ook zittend of staand, hangend aan een beugel in een overvolle bus... Het lijkt Chinezen allemaal niets uit te maken. Ongegeneerd, zich van niets en niemand iets aantrekkend, doen ze ongestoord hun hazeslaapje. Ze leggen zich, waar en hoe dan ook, iedere middag wel te rusten.
zondag 25 mei 2008
De bruidjes van Guilin (eigen aardigheden, 2)

Wat een leuk en knap bruidspaar! Ik hoor het u zeggen, maar u vergist zich. Dit stel is nog lang geen bruidspaar. Pas over een paar maanden zal het in het huwelijk treden.
Guilin telt een aantal zeer luxe ingerichte fotostudio's. In die studio's hijsen jonge Chinese stellen zich in het sjiek. Ze laten zich er kleden als prins en prinses, of als een generaal met een rijk met juwelen versierde ega. De studio's hebben veel smaken in huis. Aan confectie doen die studio's niet. Hun collectie en hun accessoires suggereren de 'betere kringen'. Je kunt er een kasteel op de achtergrond bij gevisualiseerd krijgen.
Veel jonge Chinese stellen kunnen zich geen dure bruidskledij veroorloven, maar toch willen velen één keer in hun leven schitteren. Het zijn deze stellen die voor een paar uur zo'n studio inhuren.
In die studio worden ze aangekleed in een stijl waar de meesten hun hele leven alleen maar van zullen kunnen dromen. Een schoonheids- en nagelspecialiste, een coiffeur en een visagiste, allen in dienst van de studio, doen de rest.
Vervolgens laat zo'n stel zich meetronen naar een van de fotogenieke plekjes die Guilin rijk is. Een cameraploeg gaat daar ijverig aan de slag om de mooiste portretten te maken.
Dit stel trof ik aan aan de oever van de Li-rivier. Onder haar bruidsjapon droeg zij een gewone spijkerbroek. Een assistente van de studio bewaarde zijn gymschoenen in een plastic tas.
Ze kregen de opdracht verliefd in de verte te staren. Is het ze gelukt?
Na gedane foto-opnamen kleedt het stel zich in de foto-studio weer om. Een paar dagen later worden de opnamen in een busje, ingelijst afgeleverd. In lijsten van wel 1 meter in het vierkant. Om nu en later bij weg te dromen.
donderdag 15 mei 2008
Ramptelevisie
Gekluisterd zit ik aan de Chinese buis. 24 uur van de dag worden live beelden uitgezonden van de gevolgen van de catastrofale aardbeving en van de grootschalige reddingsoperatie die in gang is gezet. De omvang van de ramp is bijna niet voor te stellen. Een gebied zo groot als België is getroffen; 10 miljoen mensen zijn dakloos of anderszins getroffen. Het dodental wordt nu al geschat op 50.000 personen. Vergeleken met deze cijfers is een overstroming van de Bommelerwaard kinderspel.
Tweehonderd Chinese journalisten zijn ingezet en slagvaardig, althans zo is mijn indruk, verslaan ze de gebeurtenissen. Er zijn animaties, er is achtergrondinformatie, er zijn discussies.
Qua beelden blijft mij als kijker niets bespaard. Gruwelijk menselijk leed, benen die worden geamputeerd om iemand onder het puin vandaan te kunnen trekken, verdriet, wanhoop. Echte heroïek zie ik ook: van burgers en militairen om individuen te redden die onder het puin liggen.
Er is op dit ogenblik een luchtoperatie gaande waar mijn bloed sneller van gaat stromen. De aanleiding is vreselijk, maar het is adembenemend om te zien. Honderden parachutisten, inclusief hulpgoederen, worden gedropt in door de aardbeving onbegaanbare gebieden. Ik zie het leger met grote snelheid pontons aanleggen over rivieren waarvan de bruggen zijn weggeslagen. Vliegtuigen vliegen af en aan met hulpgoederen.
Het hele land lijkt aan het inpakken: medicijnen, voedsel, kleding. Fabrieken maken overuren om tenten te fabriceren. 130.000 militairen en agenten zijn ingezet.
De beelden laten de kijker een goed georganiseerde reddingsoperatie zien. Samenvattingen worden begeleid door heroïsche muziek.
De Chinezen zijn als collectief, als groep sterk. Ze kunnen bergen verzetten. Dat hebben ze gevoeglijk wel bewezen.
De tijd dringt nu. Medisch personeel en militairen zijn continu in touw, want telkens weer worden overlevenden onder het puin gevonden. De stroom aan zwaargewonden is onvoorstelbaar groot. Hoe lang kan een mens, een kind zonder voedsel en water? Hoe lang kan een arts, een verpleegkundige, een militair, politieman zonder slaap?
Inmiddels staan her en der Chinezen bloed af. Er is een chronisch gebrek aan bloedplasma. Mensen staan in de rij om hun bijdrage te leveren. Ook zijn op televisie oproepen gedaan shovels, tractoren, maar ook schoppen, houwelen en ander klein materiaal af te staan.
Overal wordt inmiddels massaal geld ingezameld om de getroffenen te helpen. In alle bedrijven, op alle scholen, staan rode brievenbussen opgesteld. Ik zie voornamelijk briefjes van 100 Renminbi in die bussen verdwijnen. Omgerekend is dat 10 Euro. Voor een gemiddelde Chinees een heel bedrag. Inmiddels heeft de Chinese bevolking omgerekend 125 miljoen dollar gedoneerd. Dit is nog maar het begin.
China wil de gevolgen van de ramp in principe op en met eigen kracht bestrijden. Begrijpelijk. Toch wordt inmiddels hulp van buiten aanvaard. Aartsvijand Japan heeft toestemming gekregen hulptroepen te sturen naar de getroffen provincie Sichuan. Het recente staatsbezoek van Hu Jintao aan Japan zal mede debet zijn aan het honoreren van het hulpaanbod van de Japanners. Ook Taiwan mag hulptroepen sturen. Een unicum gezien de betrekkingen. Ik ben geneigd te denken dat hierbij het symbolische aspect vooralsnog zwaarder weegt dan de waarde van het concrete aanbod.
dinsdag 13 mei 2008
Aardbeving Sichuan: de zoveelste schok



Studenten op de universiteit in Guilin zijn aangeslagen door de ramp die de provincie Sichuan heeft getroffen. 2008, het jaar van de rat. Het had China en de Chinezen voorspoed en geluk moeten brengen. Maar de goden lijken China dit jaar niet gunstig gezind.
Internationaal liepen de spanningen op ten aanzien van de problemen in Tibet; aansluitend buitelde de internationale pers kritisch over het het land heen; en vervolgens werd de Tibetkwestie gekoppeld aan de wenselijkheid wel of niet naar de komende Olympische Spelen af te reizen. En nu is er dus deze aardbeving. Deze heeft heel China niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk, op haar grondvesten doen trillen.
Chinezen zijn een bijgelovig volk. Ze hebben zoveel rampspoed in korte tijd te verwerken gekregen. Wat hangt ze dit jaar nog meer boven het hoofd? Ik zie het ze denken.
Iedereen kan begrijpen dat hun zelfvertrouwen een forse deuk heeft opgelopen. Waarom was deze aardbeving vantevoren niet bekend, zo vragen sommigen zich af.
Maar los hiervan is er het immense verdriet; landgenoten rouwen om landgenoten.
Maar Chinezen zijn veerkrachtig. Ook deze ramp zullen ze verwerken en het zal ertoe leiden dat de herbouw in Sichuan wat solider zal zijn dan ze was. Het is al aangekondigd.
Chinezen zijn ook solidair. De gemeenschapszin is groot. En zeker nu voelen alle Chinezen, waar ook ter wereld, zich met elkaar verbonden.
Vanmiddag hielden studenten op de campus van de Guangxi Normal University in Guilin een inzamelingsactie voor het getroffen gebied. Er is royaal geschonken, zeker naar de maatstaven van de schaarse financiele middelen waarover studenten hier beschikken.
`One world. One dream´. Het is de slogan van de Olympische Spelen in Beijing. Weinig tijd nu voor ´dreams´ in China. Er is veel werk aan de winkel. Het is aan de internationale gemeenschap, China te laten blijken dat er ondanks alle tegenstellingen en verschillen van overtuiging bij momenten toch sprake is van ´one world´. Leert men in tijden van crises niet zijn echte vrienden kennen?
zondag 4 mei 2008
zaterdag 3 mei 2008
Blote buiken (eigen aardigheden, 1)

Verblijvend in een andere cultuur, word je je bewust van je wortels en Hollandse gewoonten. Iedere cultuur heeft haar eigenaardigheden of, beter gezegd haar eigen aardigheden.
Wat valt mij nu op aan Chinezen? Wat in China, is zo anders dan anders, althans als ik het vergelijk met de zeden en mores in de Hollandse polder?
Welnu, laat ik een voorbeeld noemen. Bij zonneschijn plegen veel Chinese mannen hun overhemd, trui of t-shirt op te stropen en paraderen ze ongegeneerd met hun blote onderbast over straat. Jonge mannen, oude mannen, dikbuikige mannen. Met graagte tonen ze hun navel in het buikje. Vergenoegd wrijven velen daarbij regelmatig met hun hand over de maag, terwijl ze met vrouw en kind een wandelingetje maken. Er zijn ook heren-Chinezen die bij de eerste de beste zonnestraal niet alleen hun hemd opstropen, maar ook hun broekspijpen. Mijn kritische vrouwenoog ziet dan over het algemeen vaak stevig gespierde, onbehaarde onderdanen die, dat moet gezegd, vaak heel wat apetijtelijker ogen dan de gemiddelde Hollandse mannenbenen doen. Veel Chinezen lopen bovendien bij mooi weer blootvoets in sandalen. Heel wat aantrekkelijker kortom dan de lijkwitte melkbenen onder met palmbomen bedrukte te korte shorts in piswitvergeelde badsokken waar heel veel Nederlandse heren mij in zomertijden op menen te mogen tracteren.
Ik vroeg aan een Chinees waarom Chinezen met zoveel graagte de onderbast onbloten.
'Die mannen hebben het warm', was het antwoord.
Alsof ik dat zelf niet al had begrepen. 'Ja, maar waarom doen Chinese vrouwen dat dan niet. Zij hebben het toch ook warm?', vroeg ik als nieuwsgierig-aagje door.
Ik legde uit dat in Nederland bij zonneschijn namelijk meer blote meisjesnavels en
-buikjes in het straatbeeld zijn te ontwaren dan blote mannenbasten.
'Het is vrouwen in China verboden hun buik of navel te tonen', was de toelichting. En met die summiere, weinig bevredigende, uitleg kon ik het doen.
vrijdag 2 mei 2008
Sartre, De Beauvoir, Miller en Shakespeare
Studenten op de campus geven mij gratis bijles in het Mandarijn. In ruil daarvoor geef ik ze Engelse conversatie. Iedereen dik tevreden. Alle studenten hebben Engels als verplicht bijvak, maar nergens kunnen ze de Engelse taal oefenen in de praktijk. Veel buitenlanders hier op de campus hebben, net als ik, op vrijwillige basis een trits studenten onder hun hoede genomen om ze te helpen met hun talen. Er zijn studenten die het Engels puur via de computer hebben geleerd, maar het nog nooit in het echt hebben gesproken. Het is beslist dringen voor mijn deur en ik ben telkens weer geraakt door de ijver en kennis, maar ook door hun grote belangstelling voor de westerse cultuur. Mijn Chinese studenten hebben een 'open mind'. Het is heerlijk omgaan met ze. Ik ben echt dol op ze en zij ook op mij.
Naar ik begreep krijgen alle schoolgaande Chinezen inmiddels Engelse les en dat begint al op de lagere school. De studenten vertellen mij dat ze beheersing van de Engelse taal als onmisbare tool zien om in de wereld vooruit te komen. Door mijn bijlesstudenten rol ik van de ene verbazing in de andere. Ze leren niet alleen Engels, maar bestuderen ook Engelstalige literatuur. 'Hamlet' van Shakespeare, 'View from a bridge' en 'Death of a salesman' van Miller: ze hebben het allemaal gelezen.
Ik heb onder anderen ook een bijlesstudente die alles heeft gelezen van de Amerikaanse schrijfster Joyce Carol Oates en daarop wil afstuderen. Eerlijk gezegd had ik nog nooit van deze autrice gehoord, maar inmiddels ben ik helemaal bijgepraat en weet ik van de hoed en de rand.
Tot mijn verrassing zijn Simone de Beauvoir, evenals Germaine Greer en Virginia Woolf hier veelgelezen autrices onder de meisjesstudenten. De Chinese studentes beschouwen deze dames als lichtende iconen van de vrouwenemancipatie. Een knul die hier chemie studeert, heeft weer veel gelezen van Sartre en bespreekt met mij de theorie van het existentialisme. Door mijn vele contacten met het jongvolk borrelt allerlei ooit vergaarde kennis weer bij mij boven en vertoef ik regelmatig weer in mijn eigen studentikoze 70'er jaren.
De Chinese leeshonger naar alles dat uit het westen komt, vind ik ongekend. De enorme bilbiotheek met 1,7 miljoen boeken lest de honger naar literatuur onder deze bollebozen. Ik kan me zelfs niet aan de indruk onttrekken dat veel Chinese studenten meer weten van 'ons' culturele erfgoed dan Nederlandse jongeren.
Zelf ben ik overigens druk met het lezen van 300 prachtgedichten uit de Tang-periode. Xu Yanchong vertaalde ze in het Engels. De poëzie is van een ongelooflijke schoonheid en geestelijke rijkdom. Cadeautje van een student.
Naar ik begreep krijgen alle schoolgaande Chinezen inmiddels Engelse les en dat begint al op de lagere school. De studenten vertellen mij dat ze beheersing van de Engelse taal als onmisbare tool zien om in de wereld vooruit te komen. Door mijn bijlesstudenten rol ik van de ene verbazing in de andere. Ze leren niet alleen Engels, maar bestuderen ook Engelstalige literatuur. 'Hamlet' van Shakespeare, 'View from a bridge' en 'Death of a salesman' van Miller: ze hebben het allemaal gelezen.
Ik heb onder anderen ook een bijlesstudente die alles heeft gelezen van de Amerikaanse schrijfster Joyce Carol Oates en daarop wil afstuderen. Eerlijk gezegd had ik nog nooit van deze autrice gehoord, maar inmiddels ben ik helemaal bijgepraat en weet ik van de hoed en de rand.
Tot mijn verrassing zijn Simone de Beauvoir, evenals Germaine Greer en Virginia Woolf hier veelgelezen autrices onder de meisjesstudenten. De Chinese studentes beschouwen deze dames als lichtende iconen van de vrouwenemancipatie. Een knul die hier chemie studeert, heeft weer veel gelezen van Sartre en bespreekt met mij de theorie van het existentialisme. Door mijn vele contacten met het jongvolk borrelt allerlei ooit vergaarde kennis weer bij mij boven en vertoef ik regelmatig weer in mijn eigen studentikoze 70'er jaren.
De Chinese leeshonger naar alles dat uit het westen komt, vind ik ongekend. De enorme bilbiotheek met 1,7 miljoen boeken lest de honger naar literatuur onder deze bollebozen. Ik kan me zelfs niet aan de indruk onttrekken dat veel Chinese studenten meer weten van 'ons' culturele erfgoed dan Nederlandse jongeren.
Zelf ben ik overigens druk met het lezen van 300 prachtgedichten uit de Tang-periode. Xu Yanchong vertaalde ze in het Engels. De poëzie is van een ongelooflijke schoonheid en geestelijke rijkdom. Cadeautje van een student.
donderdag 1 mei 2008
Zwembadmentaliteit
Guilin heeft een groot sportcomplex waarin een gemeentelijk zwembad is ondergebracht. Het bestaat uit een binnen- en buitenbad op wedstrijdformaat.
Geen toeters en bellen hier, zoals in Nederland steeds meer het geval is met glijbanen, Turkse baden en tropische palmen. Nee, naar het Guilinse bad ga je puur om te zwemmen. Chinese kinderen in Guilin krijgen geen verplicht zwemles. Ze kijken de zwemkunst gewoon van een ander af.
De entree tot het bad kost een paar Yuan. Als je geen badmuts bij je hebt, verplicht attribuut hier, kun je ter plaatse een strak om het hoofd vallend exemplaar van silliconen aanschaffen. Daarna kan het feest beginnen. Of toch niet? Voordat je je in het sterk gechloreerde bad kunt begeven - diepte overal 1.60 m. - moet je een aantal rituelen afwerken. Van overheidswege gereglementeerd moet je na het betalen van de entree je schoenen uittrekken en gele badslippers aan. Deze staan, gerangschikt naar maat, uitgestald in rekken. Bij een andere balie betaal je vervolgens borg voor een kluisje en ontvang je een brede armband met een kolossale sleutel eraan. Daarna verplicht naar de wc, vervolgens de kleren uit - dat doe je niet in een benauwd hokje, maar in een openbare ruimte voor afzonderlijk mannen en vrouwen -, daarna verplicht onder de douche. Streng kijkende dames houden er zicht op dat je je aan de regels houdt. Daarna zwempak aan en badmuts op en met de beslipperde voeten door een desinfecterend bad. Hè, hè, eindelijk bij het zwembad. Zwemmen maar, keurig tussen de kabels die over de lengte boven het zwembad hangen.
Geen kinderen die voor je neus van de kant het water in duiken - duiken is verboden -of anderszins lopen te klieren. Na het zwemmen weer verplicht rondje onder de douche en omkleden. Geen föhns om je haren te drogen, of andere tierelantijnen. Bij de uitgang deponeer je je badslippers in een mand.
Ik durf er mijn kop onder te verwedden dat geen Chinees het waagt het water te bevuilen met een urinespoor. Zo gedisciplineerd zijn ze hier wel. Of heet dat gewoon beschaafd?
Abonneren op:
Berichten (Atom)





