dinsdag 29 april 2008

Damestas voor de kasstromen



Andere zeden, andere mores. De wijze waarop men in China veel financiële transacties afhandelt, is verbazingwekkend. Zelden krijg je een bonnetje, en als je er per se een wilt, wordt er met gefronsde wenkbrauwen gekeken. Alsof je zojuist een wel zeer inpertinente vraag hebt gesteld. Het is mij al herhaaldelijk overkomen dat men mij vervolgens vroeg hoe ik de factuur gehad had willen hebben en wat men er op moest zetten.
Hoe de Chinese overheid er überhaupt in slaagt op een rechtvaardige manier belasting te heffen en te innen, is mij werkelijk een raadsel. Er is zoveel informele handel: op straat, maar ook bij de officiële staatsinstanties. Bij de universiteit bijvoorbeeld, waar ik studeer.
De financiële afhandeling van de salarissen van de buitenlandse docenten gaat handje-contantje. Geen salarisstrookje, geen overzicht van opgebouwde vakantiedagen, geen opbouw van sociale rechten. Ben je gek! Een keer per maand vervoegen de docenten zich op een willekeurig tijdstip bij de financiële administratie en daar gaat dan een damestasje open. De Renminbi's worden uitgeteld en klaar ben je.
Ook het betalen van de huur van de appartementen geschiedt op een dergelijke eenvoudige wijze. Ergens slingert een overzicht rond van wat is afgesproken - de tarieven zijn ook daarna nog onderhandelbaar - en krijg je een seintje wanneer je moet afrekenen. Jouw biljetten verdwijnen in dezelfde damestas, als waaruit de docentensalarissen worden betaald. Noem dat maar eens geen gesloten economie.

zaterdag 26 april 2008

'Guanxi': relatienetwerken



Al sta je maar op goede voet met één Chinees, dan al gaat er een nieuwe wereld voor je open. Hij/zij heeft altijd wel iemand in zijn/haar netwerk die jou kan helpen met het oplossen van een probleem of met het beantwoorden van een vraag. Een oom, tante, studiegenoot is snel gebeld en wordt met grote vanzelfsprekendheid ingeschakeld om je op je wenken te bedienen. Alle Chinezen lijken met elkaar verbonden te zijn via zicht- en onzichtbare schakels. Hun mobiele telefoontjes bevatten honderden, mogelijk voor jou interessante connecties om je verder te helpen. Die schijnbaar vanzelfsprekende vriendendiensten van Chinezen, vind ik ongekend.
Via een paar contacten op de campus, leer ik steeds meer Chinezen kennen. Ze tippen mij als er iets leuks op stapel staat, brengen me in contact met relaties waarvan ze veronderstellen dat ze van meerwaarde kunnen zijn en voeren in mijn naam en belang prijsonderhandelingen alsof hun leven er van afhangt.
Ik vind dat hele 'guanxi'-gebeuren een boeiend fenomeen. Een Chinees is nooit alleen, maar altijd letterlijk of virtueel verbonden met honderden andere Chinezen. Gezamenlijkheid is een groot goed in China. Het lijkt integraal deel uit te maken van de cultuur. Een Chinees groeit niet op in een gezin, maar in een groter geheel: in een familiegemeenschap. Zijn/haar ouders wonen vanzelfsprekend in bij de grootouders en de familiebanden lijken onverbrekelijk.
Gaat een Chinees naar de middelbare school of naar een universiteit, dan gaat ie vanzelfsprekend op kamer. Zo'n kamer deelt ie met vele anderen. Geldgebrek speelt daarin uiteraard een rol, maar Chinezen houden ook van gezelligheid, van het delen van lief en leed met elkaar. In China vindt het socialisatieproces kortom plaats via groepen. Daarin leren ze anderen te nemen zoals ze zijn; leren ze om te gaan met verschillen en leren ze conflicten onder de pet te houden.
Individualiteit, het beschikken over persoonlijke ruimte in letterlijke en figuurlijke betekenis, lijkt vooralsnog weinig prioriteit te hebben. Chinezen met een uitgesproken visie, heb ik vooralsnog niet ontmoet. En ontmoet ik eens een 'denkertje' of 'piekertypje', dan is het niet vanzelfsprekend dat deze zich over zijn of haar diepere gedachten naar mij uitspreekt. Alsof ze dat niet zijn gewend en er niet goed raad mee weten.
Als Chinezen met elkaar praten en verkeren, lijkt het verlangen naar harmonie, naar het plezierig willen omgaan onder en met elkaar, te overheersen. Alsof er geen tegenstellingen bestaan.

Afvalrecycling Chinese style



Bij het krieken van de dag hoor ik voor mijn appartement altoos twee terugkerende geluiden. Het geluid van iemand die met een bezem, gemaakt van een bamboestok met daaraan een bundel wilgentakken, de onophoudelijke stroom vallende bladeren bij elkaar veegt en gerammel in de open grote plastic vuilnisemmers voor mijn appartement. Aan het laatste, dagelijks terugkerende geluidsritueel wil ik wat aandacht besteden. Vuilnisemmers of vuilcontainers kennen ze niet in Guilin en een vuilniswagen heb ik ook nog nimmer door de straten zien rijden. Toch zijn de open vuilnisbakken iedere dag geledigd. Ra, ra, ra hoe kan dat?
Des avonds en bij het ochtendgloren maken bejaarde Chinezen een rituele gang langs alle vuilnisbakken en halen er uit wat van hun gading en van waarde is. Alles dat ik als afval bestempel en ongesorteerd in die bakken deponeer, blijkt ergens anders nog geld op te leveren, zo heb ik inmiddels kunnen vaststellen. De bejaarden lijken onder elkaar de taken te hebben verdeeld. Als je over het plastic gaat, ga je niet over het papier, het glas etcetera. Ook zijn er diverse oudjes die vervolgens de dan nog overgebleven resten doorzoeken. Inderdaad: ze zijn op zoek naar etensresten. Of hun levensomstandigheden van dien aard zijn dat ze die resten zelf opeten, weet ik niet. Maar duidelijk is wel dat alles in die open bakken ergens anders een nieuwe bestemming krijgt.
Overdag zie ik met grote regelmaat mannetjes en vrouwtjes op leeftijd op een bakfiets. Op die bakfiets bundels oud papier, plastic en eierdozen. Ik vermoed dat op diverse plekken in de stad centrale inzamelplekken zijn waar zij deze bundels uitruilen tegen een paar centen. Ongetwijfeld ter aanvulling op hun staatspensioentje.
Guilin is een schone stad. Afval ligt niet lang op straat. Er wordt gedaan aan recycling. Vorm en motief zijn echter volstrekt anders dan ik vanuit Nederland gewend ben.

zondag 20 april 2008

Vakantieperikelen



In de regel hebben de Chinezen de eerste week in mei vrij: 1 mei is de Dag van de arbeid en 4 mei de Dag van de jeugd. Officiële feestdagen in China. In verband met de komende Olympische Spelen is de meivakantie ingekort. In ruil daarvoor krijgen Chinezen extra dagen vrij tijdens deze happening.
De studenten in Guilin hebben nog 10 dagen te gaan voordat de meivakantie aanbreekt. Maar is er voor de studenten wel een meivakantie en als deze er is, hoe lang mag deze dan wel niet duren? Tot op de dag van vandaag is onbekend wat en hoe de bedoeling is.
Alleen 1 en 2 mei vrij, vijf werkdagen vrij of misschien wel zeven tot 10 dagen verlof? Opmerkelijk dat niemand zich er hier erg druk om kan maken. Men merkt wel wat er in Beijing wordt besloten. De missives worden afgewacht en openbaar gemaakt zodra deze zijn geproclameerd.
Men lijkt de dingen hier meer te nemen zoals ze wel, of zoals ze niet komen. Aanleg voor flegmatiek is de Chinees niet vreemd. Ze lijken met de paplepel te hebben meegekregen dat ze moeten handelen naar het moment en niet naar de planning.

maandag 14 april 2008

'Ellebogenwerk'





Dat je in China voor een professionele massage in een zorginstelling moet zijn, had ik inmiddels wel begrepen.
Mijn eerste voetmassage in Guilin genoot ik in een luxe gezondheidskliniek: in het Guilin Hospital of Sino-western Medicine wel te verstaan. Alles spic en span ingericht en met foto's aan de muur van ruimtevaarder John Glenn en oud-presidenten Bill Clinton en George Bush sr. Alleen maar blije gezichten op die foto's en tevreden onderdanen klaarblijkelijk. Hier waren ook mijn voeten beslist in goede handen. Geen twijfel aan. Ik mocht mij neervlijen in een chaise longue van bamboe die met weelderige kussens was bekleed, deed mijn sokken uit, rolde mijn broekspijpen op en wat mij betreft kon het edele handwerk beginnen. Een leuke jongeman maakte met een grote gevlochten rieten mand in de handen zijn entree, vulde de mand met een elixer van kruiden en warm water en plaatste mijn benen erin om te weken. Het water voelde heerlijk aan en het leek wel of het kruidenmengsel een beschermend laagje om mijn voeten legde. Vervolgens tilden zijn stevige mannenhanden mijn benen op uit de mand, legde hij over één voet een handdoek en begon ie vakkundig mijn andere voet te manipuleren. Een weldadige behandeling was het. Als toetje kreeg ik nog een lichaamsmassage toe. Euforisch verliet ik het prestigieuze onderkomen. Zo'n behandeling wilde ik nog wel een keer beleven. Alleen, wat was het adres ook al weer? Ik informeerde her en der naar 'the best hospital in town for massage'. Met een adres in het Chinese transcript gebood ik een paar weken later een taxichauffeur mij daarheen te vervoeren. De rit duurde en duurde. Uiteindelijk werd ik afgeleverd bij een morsig uitziend complex met een portiersloge ervoor. Het was niet de kliniek waar ik eerder was geweest, maar wat kon mij dat ook schelen. Ik riep 'massage' en ik liep naar binnen. De portier riep mij nog vriendelijk na dat ik op de tweede verdieping moest zijn. Ik liep een tuin door en kwam bij een oud gebouw aan. Het was een ziekenhuis. Ik zag mensen, lopend met een infuus, en zag bordjes hangen die allemaal verwezen naar afdelingen die te maken hadden met enge ziekten. Aan de muur ook een bord met foto's met daarop witgeklede personen afgebeeld die over ruggen liepen en met een bordje 'ànmó', massage, eronder.
Ik ging een ouderwets lokaal binnen op de tweede verdieping en zag mensen op voorlogse bedden liggen en witgejaste figuren druk eromheen in de weer met het bewerken van Chinese ruggen. Er waren cliënten met lege jampotjes van glas op hun rug. Ik zag dat een verpleger een vlam maakte met gas, met die vlam de glazen potjes verhitte en snel deze potjes vacuüm trok op een rug waardoor het glaswerk niet stuk kon slaan op de grond. Zo'n behandeling schijnt probaat te zijn tegen reumatische pijnen. Op straten in volksbuurten in Guilin had ik deze verrichtingen ook al gadegeslagen, maar dan niet met jampotjes maar met lege colablikjes als vacuümtrekkers.
De behandelaars van de afdeling 'àmnó' vonden het de normaalste zaak van de wereld dat ook ik me in het lokaal had vervoegd en nodigden mij uit plaats te nemen op een bed. Voordat ik er erg in had lag ik op m'n buik en keek ik door een gat naar beneden alwaar ik romannetjes op een plankje ontwaarde op een gedateerde granieten vloer. Een vloer die weleens een sopje kon gebruiken, maar dat terzijde.
Was het de bedoeling dat ik een boekje ging lezen? Ik riep nog maar eens in m'n beste Mandarijn 'voetmassage', maar begreep alras dat ze daar in dit lokaal niet aan deden. Vooruit dan maar. Er zat niets anders op me over te geven aan een jongedame die zeer kordaat met haar elleboog m'n nek bewerkte. Pijnlijk. Daarna daalde ze af naar de onderste regionen van mijn lijf. Nog pijnlijker. En bij mijn kuiten aangekomen dacht ik 'als je nog even zo doorgaat, sta ik op en verkoop ik je een elleboogstomp in je Chinese bakkus'. Maar zover kwam het gelukkig niet.
Mijn masseuse werkte met slechts één elleboog. Met de vrije arm bediende ze haar mobiele telefoon die onophoudelijk afging. Was het haar minnaar die haar zoetgevooisde woordjes toefluisterde en had ze wellicht daarna hommeles thuis? Het ene moment had ze nog enige prudentie, maar op een ander moment leek het wel of ik in een martelkamer was beland en ze me als een zacht pakje boter wilde retourneren naar Nederland. En ze hield maar niet op, nam geen seconde pauze. Met minutieuze precisie deed ze haar klus en geen botje, wervel of spier ontkwam aan de harde knoken van haar onderarm. Als ik dacht 'goddank, deze kant is eindelijk klaar; nu kan ze aan de andere kant beginnen', begon ze weer van voren af aan. Klaarblijkelijk zat het allemaal nogal vast bij mij en had zij er zin in.
Van kruin tot tenen nam ze me onder handen. En niet alleen de rug-, maar ook de voorzijde. Ze hield duidelijk van aanpakken en ging te keer als een slager op een weerbarstig stuk rundvlees. Haar jonge gezicht bleef onder alle indringende arbeid de vriendelijkheid zelve. Ze had beslist geen hekel aan mij, maar ik bij vlagen wel aan haar.
Aan het eind bood ze me allervriendelijkst nog een hoofdmassage aan. Haar kleine handen drukten op allerlei punten in mijn gezicht en vervolgens gleed ze tig keer met haar warme handen over mijn haar om de laatste stresspuntjes te laten vervlieden in de bevuilde Chinese atmosfeer. Die hoofdmassage was een geschenk, want niet hard- maar zachthandig. Na 1,5 uur onderdanigheid gaf ze met een tikje op m'n arm aan dat de behandeling finito was. 'Dadelijk vraagt ze een verwijsbriefje van de huisarts of naar m'n verzekeringspapieren', ging het nog angstig door m'n hoofd.
Geen ingewikkelde toestanden echter bij het verlaten van het lokaal. Ik moest omgerekend 7,- Euro betalen en vriendelijk deed zij mij uitgeleide.
Verbaasd en verkwikt verliet ik het complex. Geen bewaking, geen moeilijk gedoe van deuren die pas opengaan nadat je op een knop hebt gedrukt, geen pasje, geen papieren rompslomp, geen verzekeringswerk. Het had er de schijn van dat de afdeling voorbereid was op de komst van onverwachte klanten. Voorbereid was op een stevige behandeling van zo'n stijve hark als ik.

zaterdag 5 april 2008

Weekendball



Iedere vrijdag- en zaterdagavond wordt in het gymnastieklokaal op de campus de bal met glazen mozaiekjes tegen het plafond gehesen. Stipt om 20.00 uur gaat de muziek aan en is het ballroomdansen geblazen. Muziek voor Weense en Engelse wals, maar ook voor cha-cha-cha, foxtrot, Samba, en Chinese dansen, vullen dan de voor deze gelegenheid schaars verlichte, van de mozaïekjes flikkerende glazen spiegelmuren van de zaal.
Iedereen is gekleed op z'n Paasbest: studenten, maar ook paren van buiten de campus.
Uiteraard ben ook ik van de partij, weliswaar zonder hakken en zonder ballroomdress, maar voor het overige bereid m'n beste beentje voor te zetten. Mijn bijlesstudenten zijn hartstochtelijke dansers en vinden het klaarblijkelijk een eer met mij een avondje over de dansvloer te zwieren. In Nederland maak ik het echt niet meer mee dat een aantrekkelijke jongeling om 07.50 uur onder de lantaarnpaal voor m'n appartement in de regen staat te wachten tot ik dansgereed. Nou, hier dus wel en het is een waar genoegen.
Eenmaal in de danszaal, blijkt er tussen de dansen door niet te worden gepauzeerd of wordt er tijd genomen om een drankje te drinken. Er is geen bar of zitmeubilair aanwezig. Om de dorst te lessen moet je de zaal verlaten.
Je begint kortom met dansen en je houdt er pas mee op als je er bij neervalt, of tot 22.30 uur, wanneer de zaal haar deuren weer sluit. Er zijn meer mannen dan vrouwen op de dansvloer. Een aantal heren danst noodgedwongen in hun eentje en doen net alsof ze met iemand dansen. Toch wel een vreemd gezicht, maar zij lijken er niet om te malen.
Na zo'n 1,5 uur zwieren met m'n knappe student, inclusief het aanleren van wat Chinese dansen waarbij ik bevallig beide handen cirkelend voor de cirkelende handen van mijn danspartner moet bewegen, ben ik compleet geveld en kan m'n danspartner me van de vloer vegen. Wat een tempo, wat een ijver, maar ook hoe gezellig toch, ondanks de kale entourage.

Nerveus voor onderwijsinspectie



Sinds een week is er een nerveuze drukte op de campus. De straten worden extra geveegd, de stoelen gewassen, iedereen loopt verplicht met een badge op waardoor herkenbaar is wat je functie en status is, gebouwen krijgen een verfje, honderden plantjes staan plots in slagorde opgesteld langs de trappen van de bibliotheek en het international building, de beveiliging is versterkt, docenten moeten 20 minuten voor aanvang van hun lessen al aanwezig zijn, studenten mogen t/m 11 april de campus niet verlaten maar moeten studeren en hun 'dormitory' moet van schoonheid blinken.
Wat is er toch aan de hand? Welnu, de onderwijsinspectie komt hier een week langs voor de jaarlijkse inspectiebeurt. Daarbij wordt niet over een nacht ijs gegaan. Ze gaan alles, maar dan ook alles controleren en waarderen: niet alleen de kwaliteit van de colleges, maar ook het Dreftgehalte van de dormitories en van de openbare ruimten op de campus.
Ineens moet alles volgens de regels op deze voor de rest van het jaar zo informele universiteit waar je altijd wel iets, tegen de regels in, kunt ritselen.
Veel hangt af van het cijfer dat de universiteit na de inspectiebeurt in de wacht weet te slepen. Als de universiteit in de top 10 van China's beste universiteiten weet te geraken, wint ze enorm aan status en eer en sleept ze bovendien extra pecunia in de wacht om in het onderwijs te investeren.
Er valt dus veel te winnen aan een goed cijfer op de ranglijst en alles wordt op alles gezet om de dames en heren inspecteurs een goede indruk te geven, te vleien en te paaien.
Voor het eerst ook wordt duidelijk dat op de universiteit leden van de partij studeren. Als besten van hun klas hebben ze een beurs in de wacht gesleept van de partij. Die rode, qua kleur onderscheidende badge, dragen ze nooit, maar nu zijn ze voor iedereen herkenbaar.
Na 11 april zal de universiteit zich weer hernemen en keren de rust, de sfeer en het informele karakter weer terug. Daarvan ben ik overtuigd. Maar 1 x per jaar voeren we hier allemaal een toneelstukje op. Zelf mag ik op 7 april met m'n tai chi-groepje optreden voor het hoge bezoek. Als dat maar goed gaat en ik het prestige van de universiteit niet verknal. Aan mij zal het niet liggen. Ook ik heb zo m'n eer.

dinsdag 1 april 2008

Koud



Kou kent vele gedaanten. Je hebt lekkere kou op een winderig strand, gure kou als je op de fiets zit, irritante kou als je verwarmingsketel het 's avonds begeeft en kou die je tot in de botten raakt en je 24 uur van de dag op de lippen zit als een zoemende vlieg die pesterig rondjes blijft draaien om je hoofd. Over die laatste kou wil ik het hebben. Die kou tergt mij al een paar dagen en raak ik maar niet kwijt. Overal koud: in en buiten mijn appartement - de enkelglasramen lekken als een gek -, in bed koud, klappertanden in de leslokalen en bibberen van de kou in een onverwarmd restaurant...
Nederlandse kou is ook geen pretje, maar er daagt altijd wel ergens een warme plek. Een café waar ze warme chocolademelk verkopen, een brandend haardvuur bij vrienden, desnoods verwarm je je handen boven de vlam van een gasfornuis. In ons koude kikkerland is altijd wel ergens een plek waar je op de vlucht kunt voor kou.
Hier zijn geen escapes voorhanden. Kou is hier kou.
Misschien ben ik een uniek geval, maar als ik thuis in Nederland ben en het is wel eens koud en ik moet naar de wc, dan wil ik mijn toiletgang wel eens even uitstellen. Gewoon omdat ik dan even geen zin heb in het onverwarmd toilet met koude bril. Hier heb ik al een paar dagen het gevoel dat ik met mijn blote billen op een onverwarmd toilet in koud neonlicht zit te kleumen. Met broek en truien aan ga ik naar bed, sokken hou ik om de voeten, ik heb een dekbed dat ik over me heen kan slaan, maar nog steeds heb ik het koud.
In mijn, voor Chinese begrippen dan, luxe appartement is geen verwarming aanwezig. Wel hangen er twee airconditioningselementen: in de slaapkamer een en een in de kinderkamer, niet dus in wat hier voor de woonkamer doorgaat. Beide airco's hebben in principe een verwarmingsvoorziening. Met dat laatste is precies alles gezegd. Alle landen die ik tot nu toe heb bezocht en in korte tijd een welvaartssprong hebben gemaakt, leiden aan hetzelfde gebrek. Ze onderhouden niet wat ooit nieuw was. Net alsof er een radertje, een gen ontbreekt: het onderhoudsgen. Ze redeneren dat wat ooit nieuw is aangeschaft, ook nieuw blijft. Onderhoudswerkzaamheden kennen ze gewoon niet. Die airco van mij is kortom ooit nieuw opgehangen, maar nog nooit heeft iemand dat apparaat schoongemaakt, filters vervangen en eens een onderhoudsbeurt gegeven. Met de afstandsbediening heb ik de apparaten op 32 graden gezet waardoor ze loeien als een gek, maar het blijft koud.
Nog een paar dagen afzien, zeggen ze hier, en dan wordt het weer beter; wordt het niet meer koud.