zondag 30 maart 2008

Koekoek-koekoek, tring-tring



De mobiele telefoon is in het Nederlandse straatbeeld niet meer weg te denken. Doodziek word ik van het irritante getring, ge-dingdong, ge-Vivaldi en ge-koekoek in de openbare ruimte en de nietszeggende gesprekken die erop volgen. Als het nou nog eens ergens over ging...
Jaren geleden, in de Thalys van Rotterdam naar Parijs, maakte ik mee dat een gescheiden man, op stap met zijn drie bloedjes van kinderen, urenlange bekvechtgesprekken hield met zijn ex. De hele coupé luisterde gebiologeerd mee. Maar tegenwoordig? Wat moet ik nou toch aan met 'ik sta nu bij de AH en de kippenbouten zijn in de aanbieding', of, 'ja, ik zit nu in de trein'. Slaapverwekkende dialogen en ze verstoren je eigen, stille overpeinzingen en dromerijen.
De terreur van de mobiele telefoon in de Nederlandse openbare ruimte is echter heilig vergeleken met de mobiele telefoonintensiteit in China. Hier lijkt het adagium 'ik telefoneer mobiel, dus ik besta'. Op het 'je pense, donc je suis', hebben ze het hier van hogerhand niet zo begrepen, dus dat komt goed uit.
Zelfs tijdens de lessen gaat met grote regelmaat een mobieltje af en niemand die er wat van zegt. Opmerkelijk.
Ben ik in gesprek met een Chinees, dan gaat om de paar minuten de telefoon. Er is een sms-je of een gesprek. Chinees excuseert zich niet, maar gaat doodgemoedereerd aan de babbel met die onbekende ander aan de lijn of stuurt een sms-je terug. Chinezen zijn kortom nooit alleen. Ze worden dag en nacht op de hielen gezeten door hun vele vrienden. Ik geloof dat ik de een van de heel weinigen in China ben die zich niet per definitie bedient van de mobiele telefoon. Stomverbaasd zijn ze als ik vertel dat ik er wel een heb, maar deze alleen in noodgevallen gebruik. Ritueel na iedere eerste kennismaking is namelijk het uitwisselen van mobiele telefoonnummers.
Ik moet er echt niet aan denken dat de vele 'fliends' die ik hier inmiddels heb - je hebt hier al binnen 5 minuten het predikaat 'fliend'-, mij bij nacht en ontij gaan lastigvallen en achtervolgen met prietpraat. Dan zou ik pas echt het gevoel hebben te leven in een politiestaat.

Badkamertegel-architectuur



China maakt haast met de wederopbouw van stad en dorp. Sfeervolle wijkjes gaan zonder pardon tegen de vlakte. Daarvoor in de plaats komt sociale hoogbouw. Deze is ofwel uitgevoerd in kaal beton óf in kaal beton waarvan de buitenkant bekleed is met egale badkamertegels. Een kwaliteit tegel die ze bij de Gamma in de uitverkoop nog niet aan de straatstenen kwijtraken. Zo'n tegel dus. Meer smaken lijken ze hier voor de modale Chinees niet in huis te hebben.
Die nieuwe, uniforme, uitgestrekte wijken hebben iets fantasie- en troosteloos. Ze lijken ook allemaal op elkaar, zoals ik de meeste Nederlandse Vinex-wijken en moderne winkelcentra ook op elkaar vind lijken. Slechte imitaties kortom van wat ik onder het 'goede leven' zou verstaan. Ik raak altijd wat droevig gestemd in dat soort contreien en vraag me dan af of mensen daar nu echt gelukkig van worden.
Zoals Adèle Bloemendaal ooit treffend zong 'Die goeie ouwe tijd heeft nooit bestaan', zo zal dat voor China uiteraard ook gelden. Maar moet die nieuwe tijd dan zó afzichtelijk worden vorm gegeven?
Maar dan ineens stuit je op een pareltje. Een wijkje in Guilin, verscholen achter de borders van de Li-rivier. Een wijkje dat je 50 jaar terugbrengt in de tijd. Lage, zelfgebouwde houten huisjes langs smalle straatjes, ambachtslieden druk aan het werk in hun werkplaatsje annex woonkamer; tientallen oude vrouwtjes die geneeskrachtige kruiden te koop aanbieden; met een kapper en een tandarts met open-deurnering en waar een oude man rijst poft boven een vuurtje van takken. Een wijkje waar de kip geslacht wordt waar je bijstaat, met de biljarttafel op straat en waar vrolijk gekwek de straten vult. Zo'n buurtje dus. Hoe lang nog?

zaterdag 29 maart 2008

Melk voor de groei



Melkproducten zijn verkrijgbaar in China. Niet in 1 literpakken, maar in kleine 250 ml-pakjes. Melk en yoghurt worden over het algemeen gezoet verkocht, zoals ze hier in bijna alles een flinke klont suiker of andere zoetstof stoppen. Kaas is praktisch niet verkrijgbaar, althans niet in Guilin waar ik woon.
Ik kreeg de tip dat op één plek in Guilin kaas zou worden verkocht, Goudse kaas nog wel. En in dezelfde supermarkt zouden ook Nederlandse hagelslag, Amerikaanse pindakaas, boter, cornflakes en diverse potten jam in de schappen liggen. Ik kon mijn oren niet geloven en wist niet hoe snel ik vanochtend naar deze supermarkt moest snellen. Een boterham, besmeerd met boter en belegd met een paar plakken Hollandse kaas: ik zou er een moord voor willen doen.
Op dus naar De Bijenkorf van Guilin, de NikoNiko. En jawel hoor, het leek wel een Albert Heijn waar ik terecht kwam. Alles spic en span, modern dus en ze verkochten er alles waar je na een tijdje China zo hevig naar kunt verlangen.
Ik laadde mijn boodschappenkarretje vol en voelde me toch een lekkere trek opkomen. Bij de kassa kreeg ik bijna een flauwte van het bedrag dat ik moest betalen - voor 250 gram Goudse betaalde ik maar liefst 6,- Euro -, maar ik had er in mijn kaasnood ook nog wel meer voor over gehad. Snel in de taxi terug naar mijn appartement, broodplankje op tafel en boterhammen besmeerd met echte boter en met een paar Hollandse plakken kaas. Toen nog een paar sneetjes met Hollandse hagelslag bekleed en wat bekers melk uit de 1-literpakken die ik in deze supermarkt had weten te bemachtigen en mijn dag kon niet meer stuk. Wat een lekkernij, wat een tractactie.
In mijn jeugd ben ik grootgebracht met Joris Driepinter en was de leuze: 'Melk moet' en 'Melk, de witte motor'. Hoe krijgen ze nu de Chinezen aan de melk? Bekend is dat hun darmstelsel niet is toegerust op de lactose in de melk. Tom Poes, bedenk een list, moet het reclamebureau hebben bedacht. En die list is er. Melk wordt hier aan de Chinees gebracht met het verkoopargument dat je er van groeit. Het verhaal doet in China de ronde dat de gemiddelde Japanner inmiddels wel 5 cm. is gegroeid dankzij het drinken van melk. Alle Chinezen vinden zich per definitie te klein en hebben op basis van het verleden eufemistisch gesproken een beetje een hekel aan Japanners. Dat die eilandbewoners dankzij melk de Chinezen boven het hoofd groeien, zit ze hier niet lekker. En daarom dus drinken steeds meer Chinezen melk. Je moet er maar opkomen.

donderdag 27 maart 2008

Gebakken aardappeltjes: service van de zaak!



Ik raak niet in extase bij de aanblik van rijstkorrel of noedelsliert, maar alleen al het fantaseren over een bord smakelijk gebakken aardappeltjes brengt me wel in vervoering. Sinds een paar dagen hoef ik er niet meer over te dromen. Ik krijg ze voorgeschoteld.
Een Chinees restaurantje in de steeg achter de universiteit telt een dienstertje dat een aardig woordje Engels spreekt. Het meisje is twintig en heeft in toeristentrekpleisterplaats Yangshuo haar Engelse vocabulaire opgedaan. Ik help haar met het verruimen van die woordenschat en zij helpt mij bij het 'hoe & wat in een restaurant' in het Mandarijn. Wij verkeren met elkaar in letterlijke zin `on speaking terms´.
´Zou je niet een keer wat aardappelen willen kopen en voor mij willen bakken´, vroeg ik haar op een zeker moment vrijpostig. Verbaasd reageerde ze met de tegenvraag of ik rijst dan niet lekker vond. ´Nee´, antwoordde ik naar alle eerlijkheid, ´ik heb liever een aardappel´.
´Tomorrow you come, you potatoe´, zo beloofde ze mij met een brede grijns.
En inderdaad, de kok van het restaurant overtrof de volgende dag mijn stoutste verwachtingen. Ik kreeg niet alleen gebakken aardappelen met gebakken uitjes voorgeschoteld, maar ook dungesneden plakken varkensvlees in mosterdsaus en een ouderwetse salade van fijngesneden komkommerschijfjes met tomaat.
Als klap op de vuurpijl toverde het dienstertje ook nog eens een vork tevoorschijn. Speciaal voor mijn eetgerief aangeschaft. Dat noem ik nu nog eens echte ´service van de zaak´!

Geen hangplek, maar pingpong



Het wonen in een ander land, in een andere cultuur fungeert ook als een spiegel. Je vergelijkt en word je bewuster van je eigen roots en culturele gewoonten.
Hangplek bijvoorbeeld. Het is een ingeburgerd begrip in Nederland en heeft de functie van sociale ontmoetingsplaats. Hier doen ze niet aan hangplekken, ze doen hier aan pingpong en mahjong. Deze activiteiten zijn niet alleen goed voor de sociale contacten, maar ook goed voor het fysiek.
Mahjong is een spel waarvan ik de spelregels nog niet goed weet te doorgronden. Wel weet ik dat zodra de zon schijnt, de Chinezen elkaar opzoeken in de gezonde buitenlucht en fanatiek aan het spelen slaan, vaak de hele dag lang.
Met pingpongen ben ik meer vertrouwd. Als kind speelde ik het op de huiskamertafel. Tafelkleed eraf, netje tussen de bladen geklemd en pingpongen maar. De vaardigheid met de badge die ik in mijn jeugdjaren heb opgedaan, komt mij hier goed van pas. Overal staan openbare tafeltennistafels. Ik heb twee tafeltennisbadges gekocht en drie pingpongballetjes. Met deze attributen heb ik het al een eind geschopt in het leren kennen van de Chinees en kijk te krijgen op de Chinese ziel. Zoals ik als kind aan een ander kind vroeg of het met mij in de zandbak wilde spelen, zo vraag ik hier aan een wildvreemde Chinees of hij of zij zin heeft om met mij een potje te pingpongen, daarbij uitnodigend zwaaiend met m´n badges. Bang voor een afwijzing hoef ik hier niet te zijn. Pingpongen kunnen ze allemaal en iedereen vindt het leuk om met mij een balletje te slaan.
Ik ben in de verste verte geen Bettine Vriesekoop met de badge, maar gewoon een enthousiaste amateur. Toch pingpong ik hier met zoveel meer plezier dan in ons kikkerland. Pingpongen in Nederland staat gelijk aan competitie, met als gevolg dat ik meer tijd kwijt ben met het op de knieèn zoeken naar de bal, dan dat ik deze over de tafel sla.
Hier wordt het spel anders gespeeld, meer voor de gezelligheid lijkt het wel. Tot nu toe tastten al mijn tegenstanders mijn vaardigheid met de bal af en stemden ze hun kunnen af op mijn mogelijkheden. Zo veel aangenamer, zo hoffelijk ook. Chinezen blijken niet alleen gentlemen en ladies in de dagelijkse omgang, maar minstens ook achter de tafeltennistafel.

Chinezen en hun parapluie



Ook altijd gedacht dat 'parapluie' synoniem staat voor 'regen', voor plensbui in de Lage Landen bij de zee? Ik weet inmiddels beter.
Ik durf er een Pandabeer onder te verwedden dat de parapluiedichtheid in China die van Europa's natste gewesten vergaand overstijgt. Chinezen namelijk, lopen de hele dag met een parapluie op. Niet alleen bij regen, maar ook bij zonneschijn. Een Chinees zonder parapluie op straat is een emigrant die van zijn roots is vervreemd. Regenjassen of -jacks kennen ze niet in China; ze kennen alleen de parapluie.
Zijn de Chinezen bang voor een zonnesteek of willen ze hun lichtgetinte huid zo blank mogelijk houden? Ik vermoed het laatste. Een 'blanke huid' lijkt het ideaalbeeld. Als 'blanke' heb je hier per definitie een streepje voor, want je representeert in de ogen van de gemiddelde Chinees rijkdom, maatschappelijk succes en dat is waar ze hier allemaal van dromen. Waarschijnlijk daarom ook verkeren Chinezen graag in het gezelschap van blanken. Bijgelovig als ze zijn, hopen ze misschien wel dat ze daarmee hun kansen op eigen rijkdom vergroten.
Het is zelfs zo dat de gemiddelde vrijgezelle Chinees mij opmerkelijk vaak bij het afscheid voorstelt het volgend weekend maar eens bij 'm achter op de brommer of scooter te kruipen voor een ritje naar zijn ouderlijk huis op het platteland. Mijn Chinese gesprekspartners laten er geen gras over groeien. Maar ja, ze hebben hier ook een mannenoverschot van 40 miljoen.
Je hebt je nog maar amper laten tracteren op een eerste bordje noedelsoep of, voordat je het weet, zit je bij hun ouders onder de Chinese mistletoe.
Maar misschien willen ze je alleen maar hun ouderlijk huis als curiosum laten zien, of je als een veroverde trofee showen aan hun ouders en verdere familie. Je weet het niet. Het zekere voor het onzekere nemend, wimpel ik vriendelijk doch vastberaden al die uitnodigingen af.
Participerende observatie is prima, maar er zijn grenzen en de titel van mijn weblog - 'Miek en haar Chinees'- moeten ze hier niet al te letterlijk opvatten.

zondag 23 maart 2008

Bloesemtocht




Busladingen vol studenten. We gingen op schoolreisje en een bloesemtocht zou daarvan het hoogtepunt vormen, zo was ons beloofd.
Na drie uur hobbelen heen in de bus, werden we gedropt in een miezerig dorpje met een berg vol jonge aanplant. Wij allemaal enthousiast in kolonne de berg op klauteren, maar in de verste verte waren geen bloesems te zien. De enkele bloesem die je met een verrekijker kon ontwaren, was voorzien van een bordje 'niet aanraken'. Ik had geen Keukenhof verwacht, maar dit was wel heel erg mager.
Toch hebben we ons wel weer kostelijk vermaakt, want alle Chinezen willen met je op de foto. Ze hebben daarbij de curieuze gewoonte om bij een kiek altijd hun vingers in een v(ictorie)-teken op te steken. De Amerikaanse Roxanne en ik vonden het hoog tijd ook maar eens zo vereeuwigd te worden.

donderdag 20 maart 2008

Natuurlijk afvallen dankzij Chinese dis



Mijn figuur en ik verkeren sinds jaren op voet van oorlog. Toch heb ik nog steeds geen stap gezet over de drempel van een fitnesscentrum. Deze worden in mijn verbeelding voornamelijk bevolkt door lieden die al een fraai gebeeldhouwd lichaam hebben. Van die types dus, die mij al wat al te soepel op het ingewikkelde tuig springen en alleen nog maar werken aan behoud en niet aan vermindering. Ik heb kortom niets te zoeken bij zonnebank gebruinde sportievelingen die zich al 'for ever young and beautiful' voelen.
Noodgedwongen ploeter ik daarom al een paar jaar in stilte aan de minwaarden op de weegschaal. De kilo's vliegen er desondanks niet van af. Bij mij is het echt onsjeswerk. Ik ben namelijk geenszins van plan me ooit over te geven aan een dieet van droogvoer dat ik zelfs een cavia niet zou durven voorzetten. En ik zal me daar gek zijn om de hele dag als een Calvinistische, neurotische boekhouder calorieën te tellen, zoals Sonja Bakker mij adviseert. Werkt mij op de zenuwen. Ik hou van lekker eten en laat het niet staan voor dat droompostuur.
Inmiddels heb ik de voor mij ultieme afslankmethode ontdekt: een tijdje wonen in China. Sinds mijn komst vliegen de kilo's er automatisch van af. En dan te bedenken dat de slanke Chinezen de godsganse dag eten: 3x per dag warm en tussendoor werken ze ook nog eens de nodige versnaperingen naar binnen. Wat een eetpatroon. Ik doe er graag aan mee.
Hoe blijven zij er slank bij? Wat is hun geheim? En..., hoe ben ik inmiddels zo ver gevorderd dat ik mijn broeken alleen met ondersteuning van broekriem op gaatje twee, op de heup weet te houden?
Allereerst is er de sport. Dat lijkt een nationale bezigheid in China. Hier op de campus bijvoorbeeld is een overvloed aan sportvelden en sportaccommodatie. Het aantal georganiseerde sportieve activiteiten is ontelbaar. Je kunt hier dansles krijgen, aerobics volgen, op straat aan de tientallen tafeltennistafels een balletje slaan, basketballen, voetballen, hardlopen. You name it, they do it.
De studenten staan om 06.00 uur op met sport op en gaan ermee naar bed. Een gezonde geest in een gezond lichaam. Zoiets zal de onderliggende gedachte zijn.
Ze beginnen hier kortom eerst met verbranden en gaan daarna pas aan de korrel of noedelsliert. Zelf heb ik les in tai chi. Leuk en leerzaam, en onder enthousiaste begeleiding. Het oefenen van de slow motion-bewegingen blijkt bevorderlijk voor de lijn. Daarnaast loop ik veel. Om bij de bushalte aan de openbare weg te geraken, ben ik al snel 10 minuten zoet met wandelen.
Tot slot lijkt me het eten met stokjes substantieel bij te dragen aan m'n slinkende taille. Waar het de Chinezen lukt om minstens 50 rijstkorrels in één keer tussen die stokjes te wurmen, ben ik een hele maaltijd in de weer om diezelfde hoeveelheid te consumeren. Het lukt mij om hooguit vijf korrels per keer tussen die grijparmpjes te krijgen en vaak is er de helft al weer van af gevallen voordat ze in mijn mond zijn beland. Ook met de versgebrande pinda's gaat het zo. Ik kom met die stokjes niet verder dan 1 pinda per grijpbeweging. Na 20 minuten tobben met die houten tentakels, hou ik de maaltijd meestal voor gezien en voor mijn gevoel heb ik dan toch lekker gegeten.
Daarnaast eet je hier veel rijst en gewokte groenten met minuscule reepjes vlees erin verwerkt. Soms hebben ze grote stukjes vlees of vis op het menu staan. Ha lekker, denk ik dan, schep mijn bord maar vol. Wat dan volgt is van een grote deceptie. Al het bot en vel laten ze hier aan het vlees zitten en aan de vis laten ze alle graat. Dan is het lang peuteren om tot de essentie te geraken en deze tussen de kiezen te laten belanden. Een volgende keer kies ik dan gemakshalve toch maar weer voor die verdwaalde reepjes onbestendigs tussen de groenten.
Maagverkleining, plastische chirurgie, hongerdieet. Allemaal overbodig wat mij betreft. Je hoeft je alleen maar geruime tijd over te geven aan de vaak overheerlijke Chinese dis voor een nu al verbluffend resultaat. Smakelijk eten.

Lichtje in de duisternis



Vanavond om 07.30 uur viel plots overal de stroom uit. Nu gebeurt dat hier wel vaker, maar nu was het menens. Na een half uur met m'n zaklantaarntje getobd te hebben in het donkerte, mezelf verwijtend dat ik geen kaarsen in huis had, ging ik maar doen wat de meeste mensen in zo'n geval doen. Inderdaad, ik zocht m'n bed op. 'k Lag net zo'n beetje te soezen tot ik plotsklaps in de tuin dwarsfluitmuziek hoorde. 'Bridge over troubled water' was het dat werd gespeeld, opgevolgd door ander stemmig moois. M'n Amerikaanse buurman blijkt niet alleen prachtig saxofoon te kunnen spelen, maar weet ook professioneel de dwarsfluit te manipuleren.
Vervolgens pakte een andere Amerikaanse bewoner z'n gitaar en begeleidde de fluitmuziek.
Vanaf mijn harde stee - de springveermatras moet in China nog worden uitgevonden - genoot ik van een prachtig nachtconcertje. Het geluid echoode mooi tussen de appartementencomplexen door.
Toen het licht na drie uur weer aanfloepte, liep ik naar m'n balkon om te klappen. De andere bewoners volgden me na.
En zo werd het toch nog gezellig vanavond.

dinsdag 18 maart 2008

Bladeren vegen




Zag ik het goed? Ik wreef nog eends goed door de ogen. Voor mijn appartement zag ik vanmiddag een groepje studenten gewapend met... Nee, niet met wat je zou denken op basis van het huidige wereldnieuws, maar met een bezem.
Vrolijk en enthousiast veegden en ruimden ze de gevallen bladeren van de bomen op en deponeerden deze in een grote rieten mand.
Hadden ze straf omdat ze vanochtend om 06.30 uur niet present waren bij de verplichte ochtendgymnastiek? Waren ze wellicht 1 minuut te laat gekomen op college?
Nee hoor, geen straf.
Het ruimen der najaarsbladeren hoort tot het normale corvee der studenten. Heel gewoon hier en ze doen het met opgewekt gemoed.

De toestand in...


'Merk je iets van de toestand in...?'
Vrienden in Nederland houden mij in geheimtaal op de hoogte van de gebeurtenissen in ... en vragen zich af wat de Chinees in de straat ervan vindt en of ik al rijdende tanks heb gesignaleerd richting...
Het woord ... neem ik hier niet in de mond. Laat staan dat ik het over deze en andere heikele kwesties heb met de mensen die ik ontmoet. Uit zichzelf beginnen ze niet over...
Politiek lijkt in het algemeen een non-issue hier op de campus, voorzover ik dat althans kan waarnemen. En als er al iets bekend zou zijn over de situatie, dan heeft het hooguit de importantie van een 'stoplapje' in de krant, in de trant van: 'in ... heeft ... een hamer op zijn grote teen laten vallen'.
Geen wereldnieuws dus, mocht men hier überhaupt op de hoogte zijn, willen zijn, van wereldse zaken. China Daily is een promoblad vol positief nieuws over de toestand in dit grote rijk. In de internetcafés die ik bezoek, tref ik vooralsnog alleen gamende jongeren aan. Het is hier in Guilin nog steeds erg relaxed, zoals alle dagen tot nu toe zijn. Ik heb vooralsnog normaal toegang tot het Nederlandse en Amerikaanse nieuws. Het verloopt een beetje traag, maar dat ligt aan de verbinding.
Zoals Remarque ooit zo toepasselijk parafraseerde: 'Im Westen nichts Neues', zo houdt het 'rijk van het midden' die schijn in de communicatie naar haar eigen bevolking op.

maandag 17 maart 2008

Zwarte kraag: indicator van vervuiling?



Ik heb volstrekt geen verstand van luchtvervuiling en hoe ik eventuele verontreiniging zou kunnen meten. Ik ben in Beijing geweest en het rook er wat mij betreft niet veel anders dan in een gemiddelde Nederlandse stad. In Guilin heb ik vooralsnog geen rokende industrieschoorstenen ontwaard, dus ging ik er gemakshalve van uit dat het wel meeviel met het milieu. Het aantal auto's vind ik ook verwaarloosbaar, vergeleken althans met de drukte op Neerland's autowegen.
Toch zie ik hier wel eens een Chinees op de fiets met zo'n mondkapje voor, maar die hield ik aanvankelijk voor een milieubewuste fanatico.
Inmiddels valt mij in deze ogenschijnlijk 'schone' stad, iedere avond als ik mij uitkleed, toch één ding op: de kragen van mijn blouses zien er na een dag dragen zwarter uit dan in Nederland het geval is. Zou de vuilgraad van mijn blouses wellicht een indicator kunnen zijn voor de luchtverontreiniging in deze verder landschappelijk zo wonderschone omgeving?

Geen parkeerplaats op de campus



Wat mij opvalt als ik in Nederland een Hogeschool of universiteit bezoek, is dat het niet vanzelfsprekend is dat ik een lege parkeerplaats aantref op de toch wel ruim bemeten parkeergelegenheid rond en onder dat soort onderwijsinstituten. Het is echt dringen om en zoeken naar een plek. Er staan rond Holland's kennisinstituten honderden, zo niet duizenden, auto's geparkeerd. Geen aftandse afdankertjes, maar over het algemeen goed in de lak verkerende vehicles. Het heeft er de schijn van dat het aantal m2's aan parkeergelegenheid het aantal m2's dat in Nederland voor college en onderwijs is bestemd, zelfs overtreft. Andere tijden, andere mores.

Aan de dependance van de Guangxi Normal University in Guilin waar ik bivakkeer, studeren 17.000 studenten. Het aantal onderwijsgevenden moet enorm zijn.
Het is een enorm terrein, een kleine stad welhaast. Met een postkantoor, drie banken, tientallen winkels, veel restaurants. Je kunt het zo gek niet noemen of het is er.
Maar nu komt het: op de hele campus is nauwelijks een parkeerplek te vinden. Niet omdat het er overvol staat, er zijn praktisch geen auto's op het terrein. Ook rondom de universiteit wordt niet geparkeerd.
Er wordt in China gewoon veel gelopen, gefietst of gebruik gemaakt van het openbaar vervoer. De aanschaf van een auto zal voor de meesten vooralsnog ook een te kostbare aangelegenheid zijn.
Bij de universiteit stopt in grote frequentie buslijn 30 die je binnen 15 minuten naar het stadscentrum vervoert. De prijs van een enkeltje met de bus is, schrik niet, 0,12 Eurocent. De bussen zijn altijd vol. Is dat een bezwaar? Voor dames van mijn leeftijd volstrekt niet. Alle jongeren staan automatisch op van hun stoel zodra ik een stap over de drempel van de bus heb gezet.
Ook taxi's zijn er in overvloed. Ze rijden af en aan voor mensen met een ruimer budget. Een taxirit kost gemiddeld 0,70 Eurocent. Dit starttarief is inclusief 2 km. Daarboven betaal je een kleine toelage per 500 meter.

zondag 16 maart 2008

Muurkrant in de leeszaal




Veel Chinese studenten hebben geen cent te makken. Een abonnement op een krant kunnen zij zich beslist niet permitteren.
Hoe los je hun informatiebehoefte op, op een campus met 17.000 leer- en leesgierig jong volk? Op een campus bovendien waar het bezit van een computer alleen voor de zeer welgestelden is weggelegd?
Je richt dan een krantenleeszaal in. De universiteitsbibliotheek heeft zo'n zaal. Bij binnenkomst lever je je studentenpas in en krijg je een geplastificeerd label overhandigd met een nummer erop. Pak je een editie van een Chinese krant, dan leg je je label op de lege plek. Aldus raken kranten niet zoek. Eenvoudig, maar doeltreffend systeem, zo bleek mij. De uitgezochte krant lees je vervolgens zittend achter een rechtopstaande lessenaar.
De krant van de dag wordt uitgestald in vitrinekasten achter glas. Zwijgend, in langzame tred van vitrine naar vitrine, verorberen tientallen studenten het laatste nieuws. De volgende dag vind je de betreffende krant terug in een legkast.
In de leeszaal kun je een speld horen vallen.
De zaal maakt deel uit van de immense bibliotheek op het universiteitscomplex en is 7 dagen van de week tot 22.00 uur geopend. Bij vertrek lever je je label in en krijg je je studentenpas weer retour.

De dokter deed zwijgend zijn werk



Je hebt de westerse, allopatische geneeskunde, maar ook de Chinese traditionele geneeskunde. Of is het geneeskunst?
Ik ontmoette een Fransman die vloeiend Mandarijn spreekt. Toen hij, bivakkerend in een klein gehucht in de Chinese binnenlanden, 's nachts ondraaglijke beenkramp kreeg, ging hij op zoek naar een dokter. Een bewoner verwees hem naar een schamel onderkomen. Daar ontmoette hij een oude man met een sikje. De man maakte een warm welkomstgebaar met zijn armen.
Vervolgens moest de Fransman gaan zitten. Fransman vertelt zijn klacht en de arts hoort het zwijgend aan. Vervolgens pakt hij de arm van de Franzoos en voelt een paar minuten aan zijn pols. Aansluitend manipuleert hij de oorschelp van de Fransman en trekt hij een paar keer hard aan diens oorlelletje.
Einde behandeling en de Fransman had maanden daarna geen last meer van beenkramp. De man met de sik vroeg een minimale vergoeding: een paar dubbeltjes.
Wat de meeste indruk op de Fransman maakte?
Dat hij zich welkom voelde en dat de helende werkzaamheden in diep stilzwijgen werden verricht.

dinsdag 11 maart 2008

English teacher Roxanne: 'It's so great here'!

Roxanne is Amerikaanse. Met haar man woont ze in South-Dakota. Ze is 60 jaar oud en heeft altijd gedroomd van een baan in het buitenland. Het is er nooit van gekomen in haar jonge jaren, maar nu heeft ze haar droom verwezenlijkt.
Ze woont net als ik in een driekamer-appartement dat exclusief voor buitenlandse docenten is bestemd. Haar man, die in The States mais verbouwt, is een paar weekjes over en heeft een koffiezetapparaat meegenomen en een flesje Maggi om de soep te zouten.
Mijn buurvrouw is 'flabbergasted' over de leergierigheid van haar Chinese studenten. Ze hebben al veel Amerikaanse literatuur verslonden, 'but they want more, more, always more...'
De studenten hangen aan haar lippen, zijn geen minuut te laat op de les - en als ze per ongeluk te laat zijn, vechten ze tegen hun tranen bij het maken van hun verontschuldigingen -, vinden het een eer haar schoolbord schoon te vegen en trekken dagen vrije tijd uit om voor haar het systeem van de universiteitsbibliotheek - met 1,7 miljoen boeken - te ontsluiten.
Roxanne is inmiddels met pensioen, maar heeft hier de tijd van haar leven. Het respect, het aanzien, maar ook de leergierigheid van de studenten die alle kennis wel uit haar te willen trekken. Nee, dan was het in haar klassen in The States maar aanmodderen met verveelde, chewinggum-kauwende, ongemotiveerde studenten.
Roxanne spreekt geen woord Mandarijn. Dat hoeft hier ook niet. Zoals onze docenten, de eerbiedwaardige laoshi, ons Nederlanders van meet af aan in het Mandarijn aanspreken, zo dienen de docenten buitenlandse talen - Frans, Duits, Engels - hun studenten vanaf les 1 in hun eigen moedertaal te doceren.
De verdiensten hier van een buitenlandse docent zijn goed, althans substantieel beter dan van hun Chinese collega's, zo liet ik mij vertellen. De kosten van levensonderhoud zijn minimaal. Met een paar honderd Euro per maand, leid je hier al een vorstelijk bestaan: je kunt dan alle dagen riant uit eten, je onbeperkt per taxi naar de masseur laten vervoeren en in de weekends leuke uitjes ondernemen. Uiteraard zijn er buiten de lesuren docentenvergaderingen, maar daar schijnt voornamelijk heel lekker te worden gedineerd.
Onze universiteit in Guilin, maar ook de middelbare scholen in de stad, zitten dringend verlegen om docenten buitenlandse talen. Een graad blijkt niet perse noodzakelijk om hier succesvol als docent aan de slag te gaan.

zondag 9 maart 2008

Wasje doen

Alle studenten moeten hun wasje doen in een gemeenschappelijke wasruimte. Met borstel en zeep zijn de meesten druk in de weer om handmatig waskracht te genereren. Het zicht op de studentenflats toont alle dagen van de week ladingen was aan drooglijnen.
Mijn appartement heeft een wasmachine. Een rijk bezit. Ik ben bevoorrecht temidden van 17.000 inwonende studenten zonder. Inmiddels heb ik onder de Nederlandse studenten het predikaat 'wasvrouwtje'. Soms in pyama, steevast vergezeld van een emmer of tas vol vuil goed, vragen ze vriendelijk bij mij belet. Op die wasmachine in mijn appartement zijn ze maar wat jaloers.
Nu is die wasmachine van mij geen frisogende Miele met allerlei modernistische toeters en bellen, maar een apparaat waar men zich in Nederland in de jaren 50 nog voor zou generen. Mijn machien namelijk, wast alleen met koud water.
Omdat warm water mij toch wel onontbeerlijk leek om het vuile goed goed schoon te wassen, heb ik een waterkoker aangeschaft. Ik kook daarin 2 liter water en mik dat in de opening van mijn apparaat. Vervolgens druk ik op een knop en oorverdovend vult mijn handyman zich verder vol met het koude vocht uit de kraan en slaat aan het werk. In de hoogste stand houdt ie het vaak al na zo'n 20 minuten voor gezien. En aan centrigueren heeft ie duidelijk een broertje dood. Daar maakt ie zich met een enkele zwiep met een Jantje van Leiden van af.
Ik heb maar een touwtje gespannen boven m'n balkon. En met ouderwetse knijpers hang ik er vervolgens mijn en andermans wasjes te drogen.

Wespentaille

Zijn alle Chinese vrouwen in Guilin massaal aan het Sonja-Bakkeren? Dat vroeg ik mij in alle gerede af toen ook ik in de winteruitverkoop mijn slag wilde slaan. Bij Niko Niko, vergelijkbaar met onze Bijenkorf, was alle kleding tot wel 50% afgeprijsd. Enthousiast dook ik tussen de kluwen luid kwetterende vrouwen die, net als in Nederland, druk in de bakken met koopjes graaiden. Bij iedere bak stond een verkoopster op een 'zeepkist'. Nadat je iets hebt gevonden dat van je gading is, schrijft zij een bonnetje uit. Met dat bonnetje ga je naar een centrale kassa en reken je af. Daar krijg je weer een ander bonnetje, ditmaal met een stempel - Chinezen zijn rasstempelaars - en keer je terug naar de verkoopster. Zij doet het gekochte in een tas en klaar is Kees.
Al snel kwam ik tot de conclusie dat kleding hier maximaal tot maatje 40 gaat, en dan moet je nog goed zoeken ook. Op mijn confectiemaatje 46 schoon aan de haak - en dan hou ik de buik nog in -, is de confectieindustie duidelijk niet berekend.
Ook viel mij op dat kleding, afgestemd op mijn leeftijdscategorie, over het algemeen jeugdig is van snit. De Chinese vrouwen kleden zich wel 20 jaar jonger dan ze zijn. Vrouwen van 50 bijvoorbeeld lopen rond in een kek, jeugdig gekleurd vestje met een fleurig capuchonnetje eraan. Zo'n vestje, maar ook alle andere kleding, is immer versierd met gestikte glitters en bloemetjes.
En dan de schoenen. De meeste damesschoenen tellen hoge zolen en hakken. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de kleine Chinese vrouwtjes gewoon wat groter willen lijken dan ze zijn. Sommigen zouden zelfs hun knieschijven laten kraken om kraakbeen te laten aangroeien en langere benen te krijgen.
Blijft over de vraag hoe al die Chinese dames het klaarspelen zo slank te blijven. Noordhollandse Sonja ligt hier echt niet vertaald in het boekenrek. In heel China zijn nauwelijks boekwinkels aanwezig. Er zijn hooguit tijdschriftenshops.
Zou er een relatie zijn met het eten met stokjes waardoor het eten langzamer verteert? Wellicht is een andere reden dat fastfood hier alleen voor de rijken is weggelegd en de altoos Chinese rijst- en noedeletende vrouwen hierdoor in de wespentaille blijven hangen. De Kentucky Fried Chicken's en Mac Donald's rukken dan wel op in de grote steden, maar participerende observatie leert mij dat alleen de beter verdienende klasse deze ketens frequenteert. En inderdaad, die bezoekers ogen wat volumineuzer dan de gemiddelde slanke dennen die het straatbeeld bepalen. De categorie 'beefburger etende betere stand' moet ongetwijfeld ook wat minder hard sappelen en beweegt zich, bevoorrecht als ze is, eerder voort per automobiel dan met de benenwagen.
Ik werk mijn maaltijden voorlopig maar naar binnen met eetstokjes en droom en droom... Inderdaad, van een wespentaille.

dinsdag 4 maart 2008

Het knaagt...

Midas Dekkers schreef ooit dat meer mensen met hun hond op schoot zitten, dan met hun partner. Ik wil hier geen waardeoordeel aan verbinden, maar mij zul je niet snel met een huisdier op schoot aantreffen. Hier, in Guilin, ben ik vooralsnog alleen te betrappen met een studieboek op schoot. Het is behelpen, inderdaad, maar je kunt niet alles hebben in het leven.
Wetende dat ik een beetje vies ben van beesten, beviel het mij niets dat ik de afgelopen nachten een geknaag hoorde, ergens achter een muur of tussen mijn plafond en de vloer van mijn bovenburen. Ik maakte mijzelf wijs dat ook in Guilin 'the spring is in the air' en dat een gezellige Chinese ekster een huisje aan het bouwen was in een van de bomen tegenover mijn appartement.
Brendan, mijn Amerikaanse bovenbuurman, hielp mij vanmiddag ruw uit deze droom. Er zijn ratten op het terrein.
'Wat moet ik doen als ik er eentje zie?', vroeg ik hem ongerust. 'Gewoon doodslaan',antwoordde Brendan doodgemoedereerd, 'en in de afvalemmer leggen voor het appartement'.
In heel China wemelt het overigens van de ratten. In restaurants lopen ze gezellig onder tafel tussen je benen door en geen Chinees die daarvan van schrik zijn eetstokjes uit z'n handen laat vallen. Ik echter moet er beslist niets van hebben: niet op m'n bord en niet in m'n huis. Weg ermee.
Voorlopig hou ik de sokken maar aan in bed.

maandag 3 maart 2008

Chinezen houden van rituelen


Chinezen houden van rituelen. Soms krijg je de indruk dat de vorm belang-
rijker is dan de inhoud. De openingsceremonie
voor alle buitenlandse studenten bijvoorbeeld telde zeer veel toespraken. De inhoud ging aan de meeste studenten voorbij, want alle inleiders beperkten zich tot het Mandarijn. Enig chauvinisme - of is het onderschatting van ons kunnen? -, is de Chinezen klaarblijkelijk niet vreemd.
Aan het slot van het ritueel moesten we worden vereeuwigd op een groepsfoto. De voorste rij kreeg een groot rood lint in de handen gedrukt met daarop de tekst 'Guilin Normal University'. Niet uit te sluiten is dat je zo'n foto op een later moment terugvindt aan een van de muren in het international building van de universiteit. Uiteraard met een mooie tekst eronder.
De universiteit hecht erg aan visites van buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders en aan 'foreign students'. Alsof ze dan pas meetelt in de grote wereld. Dat een onderwijsinstituut zo'n oppoetsbeurt nodig heeft, zegt iets over het ego van de Chinezen. Inderdaad, toch wel een klein minderwaardigheidscomplexje.

zaterdag 1 maart 2008

Olympische spelen: feestje van de hele natie

De komende Olympische Spelen in Beijing zijn geen geïsoleerde activiteit van het IOC of een exclusief speeltje van het Chinese staatsapparaat. Het is een feestje dat alle Chinezen raakt, aangaat en met trots vervult.
De gewone man in de straat kan je exact vertellen hoeveel dagen, uren, minuten nog zijn te gaan voordat het zover is. Koop je een wekker, dan koop je er inclusief een teller bij die aangeeft hoeveel nachtjes het nog slapen is. In winkelcentra, op kruispunten: overal flikkert je de tijdtelling tot de Olympics tegemoet.
Zoals je als kind in Nederland precies het aantal nachtjes slapen wist te melden totdat de goede Sint je zou verrassen, zo telt de gemiddelde Chinees het aantal nachten dat hem scheidt van de Spelen.
Het is zo'n belangrijk evenement, dat de traditionele meiweekvakantie van alle Chinezen is gehalveerd. Die ingeleverde vrije dagen worden gecompenseerd tijdens de Olympische spelen. Alle Chinezen krijgen dan een week vrij.
In de China Daily wordt aangekondigd dat de Chinese zwemmers revanche willen nemen op het povere resultaat dat ze tot nu toe boekten. Reken er maar op dat China alle records zal willen verslaan. En 'dat China' betreft alle Chinezen. Dat feestje mag je de Chinezen, die gewone man en vrouw in de straat, niet afnemen. Een Nederlands kind vindt het op 5 december ook niet prettig om pijnlijk herinnerd te worden aan zijn fouten en gebreken. Kritiek verpak je bij die gelegenheid in een rijm of in een leuke surprise.
Criticasters in de Lage Landen zouden hun kritiek ook moeten zien te verpakken. Frontaal in de aanval valt, ook bij de gewone man en vrouw in China, gewoon altijd helemaal verkeerd.

Opstaan met marsmuziek!

Lig je lekker te slapen, word je opgeschrikt door marsmuziek en strijdliederen.
Iedere ochtend om 06.o0 uur schallen luidsprekers over het universiteitsterrein. Misschien is het het Chinese volkslied, mogelijk is het strijdmuziek, maar iedere weekdag is het raak. Weinig romantiek bij het ochtendgloren. Opstaan is het parool en verplicht aan de ochtendgymnastiek op het campusterrein. Een gezonde geest in een gezond lichaam, lijkt het parool.
Na de opwekkende muziekklanken volgen het weerbericht en het belangrijkste landelijke nieuws. Of je het nu wilt of niet: de overheid waakt over je, slaapt niet en dwingt een energieke start van de dag af.
Goddank rusten de speakers in het weekend uit. Alleen op zaterdag en zondag kan ik ongestoord een gat in de dag slapen.