
Hong Kong is druk - 7 miljoen mensen op een kluitje -, het is er lawaaiierig, de temperatuur is er in de maand juli warmvochtig drukkend, er zijn voornamelijk koopgoten/shoppingmalls en alles dat hier valt te beleven, is voorgekookt.
In Hong Kong is het onmogelijk spontaan een straat over te steken; via dranghekken langs de straten wordt het je onmogelijk gemaakt. In Hong Kong kun je niet verdwalen: iedere straathoek bevat een bordje met informatie dat je de juiste richting op wijst.
Maar Hong Kong is ook schoon, veilig - het wemelt van 'police'-, is lekker eten, is een mooie haven, is wolkenkrabbers. De ene wolkenkrabber architectonisch een nog hoger hoogstandje dan de andere, maar dan heb je het ook wel gehad.
Het mooiste stuk van Hong Kong Island wordt in beslag genomen door kantoorkolossen. Prachtige architectuur, dat wel, maar ook megalomaan. Ik zag prominent FORTIS flikkeren aan het water. Zal die reclame volgende maand ook nog flikkeren, vroeg ik mij af. De berichtgeving over de problemen van de bank indachtig.
Voorbij al die kantoormolochs kom je in woonwijkwolkenkrabbers. Kleine ramen, lage plafonds, weinig vierkante meters woonruimte. Kijk je uit het raam, kijk je in de slaapkamer van de buren in de wolkenkrabber aan de overkant.
Ik zit in Knowloon, aan de overkant van Hong Kong Island. Een buurt met weinig natuur. Wat zeg ik: zo goed als geen natuur. Er is weliswaar een parkje met bomen (na lang zoeken gevonden), maar die bomen dragen een plaatje met een nummer. Zoals in Nederland alle koeien een nummer in hun oor gestanst hebben gekregen, zo dragen alle bomen in Hong Kong een nummer. Zo zeldzaam zijn bomen hier. Planning en control lijkt al wat hier de klok slaat. Dan is het in Nederland welbeschouwd maar een anarchistische boel.
En in heel Hong Kong mag je niet roken: niet op straat, niet op het strand, niet in een park, niet in de horeca. Op het gesnapt worden met een sigaret staat een boete van 5.000 Hong Kong Dollar (500 Euro). Lurken aan een flesje water om te voorkomen dat je van de graat valt van de dorst, ik zweet hier al als ik knipper met mijn ogen, mag je ook al niet. Althans niet in bus, metro of tram. Sandwich of een zakje chips verorberen in het openbaar vervoer. Een boete 1.ooo Hong Kong Dollar (100 Euro) hangt je boven het hoofd.
Het meest opmerkelijke is nog dat iedereen zich moeiteloos, als een mak schaap, aan de regelgeving lijkt te houden, zich erdoor laat koeioneren. Dat verbijtstert me in deze wereldstad nog het meest.
Op deze zondagmiddag zag ik vanuit de tram honderden vrouwen op stoep en straat zitten. Ik stapte uit, want verkeerde in de veronderstelling dat er een staking gaande was. Van vrouwen nog wel. Geen staking echter. Alle Filippijnse kindermeisjes hebben op zondag hun vrije dag en scholen samen op straat om bij te kletsen. Ze verdienen klaarblijkelijk zo weinig dat ze geen geld voor een drankje in een van de talrijke cafees kunnen spenderen.
In heel Hong Kong is geen zwerver te bekennen. Althans, bijna geen. Ik snapte er gisteren bij toeval twee in de buurt van de haven. Twee vrouwen. Vandaag waren ze er al niet meer.
Ik geloofde er lange tijd niet in, in de maakbare mens, in de maakbare samenleving. Sinds ik mijn verblijf in China, weet ik beter. De mens is toch maakbaar. Ze zijn met 1.3 miljard in totaal. De meesten zijn prettig geconditioneerd zal ik maar zeggen. Maar als ze een borrel op hebben, komen er ook andere dingen naar buiten. Er wordt hier veel opgekropt. Onder al dat Pavlov-gedrag zit een vuur dat mij soms wel beangstigt.
