zaterdag 21 juni 2008
Oplichten op z'n Chinees
Chinezen zijn handelaars. In Guilin waar ik tijdelijk woon, worden drie prijzen gehanteerd. Een lage prijs voor inwoners van Guilin; een hogere prijs voor buiten Guilin wonende Chinezen en een topprijs voor alles dat blank is. Een ijzeren wet, ook in andere steden, zo bleek mij.
Chinezen zijn aardig, maar je moet ze in de gaten houden. Als ze de kans krijgen, kleden ze je gewetenloos uit.
Wij wilden eens een dagje uit zonder allerlei beslommeringen. Hieronder beschrijf ik hoe zo'n dagje uit er met een Chinees reisbureau in de praktijk uitziet voor een buitenlandse toerist.
Een dagtocht naar de wereldberoemde rijssterrassen van Longji was snel geboekt. 'Special price', hadden ze gezegd bij het reisbureau. In plaats van de geafficheerde 180 Renminbi, hoefden wij maar 150 RMB af te rekenen (omgerekend 15 Euro). Voor Chinese begrippen goed aan de prijs, maar ja gemak dient de mens en 'luxe touringcar' en zo. Die luxe viel al gelijk tegen. Het was een gammel busje dat ons ophaalde. De airco werkte bovendien niet goed. Het was weliswaar bewolkt, maar toch 32 graden. Onze knieën pasten bovendien niet achter de stoelen, want het busje was op Chinezen ingesteld.
De volgende bezoekers werden bij diverse hotels opgehaald: 16 Chinezen in totaal. In het busje hield onze gebrekkig Engels sprekende reisbegeleidster in het Mandarijn een lang verhaal over de dollar; dat die munt tig maal zoveel waard was als de Renminbi en dat wij buitenlanders om die reden overal een ander tarief zouden moeten betalen. Mondje dicht voor de Chinezen. De Chinezen begrepen de boodschap. Pech voor de reisbeleidster: ook ik had haar boodschap begrepen.
Als zuinige Nederlander had ik gelijk zwaar de smoor in over deze Chinese prijspolitiek. Het Chinese gezelschap hoefde slechts 50 Renminbi af te rekenen voor dezelfde trip. Ik zei tegen mijn Amerikaanse gezelschap wat ik had gehoord en we spraken af dat we onze kont tegen de kribbe zouden gooien. We zouden ons niet verder laten tillen. Uiteraard voorzover dat in ons vermogen lag.
De bus stopte bij een gehucht met een toneelzaal. Hier zou een korte show worden opgevoerd door de minderheid Yao. Een bevolkingsgroep die bekend is geworden door het Guinness book of records. De Yao-vrouwen dragen haar van wel 1,5 meter lang en tijdens de uitvoering zouden ze hun geknotte haar ontknopen voor de toeristen. Mij bleek maar weer eens dat al die prijslijsten bij toeristische attracties alleen bestemd zijn voor buitenlandse toeristen. De reisleidster vroeg of wij per persoon 60 Renminbi wilden afrekenen en ze wees op de prijslijst. Voor de Chinezen zat de show in de toerprijs begrepen. Alle Chinezen trouwens mochten gratis naar binnen.
Wij weigerden de kaartjes voor de show af te nemen. De reisleidster, die luisterde naar de naam Leenders, bood mij de kaartjes vervolgens nog aan tegen 40 Renminbi, want een echte Chinees onderhandelt tot ie er dood bij neervalt. Maar wij, wij hadden geen trek meer in haar 'Chinese style'.
Op naar de rijstterrassen. We moesten overstappen in een ander busje. Een busje dat overigens net zo lang en breed was als ons busje. Leenders had inmiddels begrepen dat ze het niet al te bont moest maken. Wij betaalden haar 12 Renminbi per persoon; ons Chinese gezelschap voor hetzelfde ritje 6.
Aangekomen in het dorp Pin-An moesten we een eind de berg op klauteren. Tijdens die klim werd het zicht op de rijstterrassen verpest door de honderden kraampjes die langs de weg stonden uitgestald. Je kon geen pas zetten of je werd aangeklampt om iets te kopen.
Halverwege de klauterpartij zouden we lunchen. Op de rustplek aangekomen werd de mij inmiddels bekende Chinese truc uitgehaald. Engelse menukaarten voor de buitenlanders met verdriedubbelde prijzen. Onze reisleidster ging uiteraard over onze afrekening.
Op de terugweg stopten we onverwacht bij een waterval. Het was de bedoeling dat we in bootjes gingen raften over een woest kolkend riviertje met diverse watervallen. Voor de Chinezen in de toerprijs begrepen, voor ons 100 Renminbi per persoon. Niemand van ons reisgezelschap had schone kleren bij zich. Geen probleem vertelde de reisbegeleidster. Nieuwe kleren konden we ter plekke aanschaffen. Na enige aarzeling en overleg stapten de Chinezen toch in de rubberboten. Wij reden met het busje naar het eindpunt van de raft. Die Chinese juf kon ons wat.
Vrolijk, maar kleddernat stapten de Chinezen een uur later uit de boten. En zo stapten ze ook in het busje. Eenmaal terug in Guilin en werd iedereen afgeleverd waar ie die ochtend ook was opgehaald. De reisleidster stapte voortijdig uit. Ons werd geen 'zaijian'(tot ziens) toegewenst.
