
Een semesterstudie Mandarijn aan de universiteit in Guilin is zowaar geen kattepis. Zeker niet voor mensen als ik: beetje eigengereid, want besmet door het individuatie-virus. Deze manier van zijn staat op gespannen voet met het collectiviteitsbeginsel waar het Chinese onderwijs patent op lijkt te hebben. Dat systeem namelijk is niet toegesneden op het individu, maar op het collectief en op het landsbelang. De tekst op de begeleidende foto (middelbare school, Guilin)representeert goed het doel van het onderwijs in China: 'Carry out the all-round quality of education, and try to train and make students builders and leaders of socialism in China'. Dit 'mission statement' zou iedere Europeaan die in China gaat studeren, in de oren moeten knopen. In mijn geval werd eraan de universiteit totaal geen rekening gehouden met mijn culturele achtergrond, mijn leerstijl en -interesses. Er zat niets anders mij te voegen, mij te verplaatsen in de cultuur van China en in de 'way of teaching' van het Guilinse onderwijsinstituut.
Mandarijn studeren, althans in Guilin, was kortom een kwestie van 'take it or leave it'. Even slikken. Even wennen ook. Wennen aan het feit dat docenten alleen maar Mandarijn spreken en vaak ook alleen het karakterschrift beheersen. Het Pinyin, dat een transcriptie is van het karakterschrift voor Engelssprekenden, wordt zelfs door veel docenten niet of niet goed beheerst. Het is dus schrikken en daarna heel snel de kiezen op elkaar - het stellen van vragen is beslist niet de gewoonte -, stevig doorstuderen - alles moet de volgende dag letterlijk worden opgedreund - en de rug recht houden.
Aandacht voor het persoonlijke, voor het unieke van een individu. Het lijkt in de didactiek geen prioriteit te hebben. Dat je als student zelf keuzes zou willen maken en prioriteiten zou willen stellen; dat je zelf wat te zeggen zou willen hebben over de lesstof... Het lijkt in Guilin en naar ik begreep ook bij andere universiteiten in China vooralsnog tegen dovemansoren gezegd.
Het onderwijs aan ons Nederlanders was gewoon een kopie van de algemeen geldende Chinese onderwijsideologie. Er wordt weinig gepamperd; het land wacht. Al zouden ze willen, ze zouden niet weten hoe ze het anders zouden moeten aanpakken. Al decennialang is het onderwijs in China zoals het is: autoritair en eenrichtingsverkeer. Daarmee wil ik niet suggereren dat de docenten 'draken' zijn. Integendeel, ze zijn heel zachtaardig, vriendelijk ook, maar zichzelf vragen stellen doen ze niet. Dat is deze mensen niet aan te rekenen. Ze weten niet beter, maar het is waarlijk een groot verschil met de Europese cultuur.
Toch had het wel wat, dat kostschoolsysteem. Je wist precies waar je aan toe was. Alle lessen begonnen stipt op tijd. Als je de docenten niet kon verstaan, tja dan had jij een probleem, niet zij.
Verbazingwekkend vond ik wel dat men aan deze universiteit vooralsnog totaal geen notie heeft van wat er bij komt kijken om een Europeaan Mandarijn te leren. Ik moest echt leren jongleren met de tong en met de klanken. Het waren ook niet de docenten die mij de kneepjes daarin bijbrachten. Het waren de studenten van de campus. In ruil voor Engelse conversatie, gaven ze mij met groot geduld bijles.
Los van de grootte van de klas - ruim 24 personen - had het docerend personeel ook niet voldoende aandacht voor toon en uitspraak. Het leek alsof ze redeneerden: 'als wij het hebben geleerd, moet een ander dat ook kunnen'. En dan te bedenken dat veel Chinezen, zelfs na jarenlange studie van de Engelse taal, vaak niet verder komen dan wat onverstaanbaar gebrabbel. Ze zouden dus beter moeten weten, maar aan reflectie doet men in China niet zo.
Een paar anecdotes over het onbegrip voor het corect aanleren van de taal.
Een docente, zij gaf 'luistertechniek', was na enige weken les verontwaardigd dat mij de Mandarijnse woorden en tonen nog niet foutloos uit de mond rolden. Weer een andere docente, zij sprak alleen Mandarijn, kon maar niet begrijpen dat wij Nederlanders na een paar weken nog steeds niet het karakterschrift beheersten. Alsof je je dat schrift op een achternamiddag eigen zou kunnen maken. Ze zouden beter moeten weten, maqar zoals ik al stelde, Chinezen leven in het nu en blikken niet terug, blikken niet terug op hun eigen geworstel met het aanleren van het Mandarijn.
Tijdens de lessen moest ik vaak denken aan de mierenkolonie die huist in mijn appartement. Op een dag zag ik dat mieren gezamenlijk een gevallen pinda richting mijn balkon duwden. Vaak voelde ik mij op de universiteit deel uitmaken van een mierenkolonie. Alleen wist ik niet welke kant ze mij op wilden hebben. Ik zat hier voor mijn eigen ontwikkeling. Hét landsbelang dienen, tja, wat moest ik ermee?
De lessen Mandarijn aan de universiteit in Guilin verliepen via een vast stramien. De docenten joegen er dagelijks vakkundig, maar in sneltreinvaart, een grote hoeveelheid stof doorheen. Lesstof die voor verbetering vatbaar is. In de situatie van Guilin was deze toegesneden op de onderwijscultuur van andere Aziatische landen met karakterschrift. Naïef wordt er van uitgegaan dat Europeanen daarin zonder problemen meekunnen.
De leerboeken Mandarijn die wij, buitenlandse studenten, dit eerste semester hebben bestudeerd, bevatten dialogen. Die dialogen gaan over huis-tuin-en-keukenzaken. Jan ontmoet Piet op de markt en Jan vraagt Piet wat de appels kosten per pond. Het huiswerk bestaat er uit die dialogen letterlijk in de kop te stampen en de volgende dag in een bepaalde cadans op te dreunen, dus te reproduceren. Als de appels van Piet in de dialoog 0,89 Renminbi kostten en de peren 0,41 Renminbi, dan weet je dat de volgende dag. Evenals het totaalbedrag dat Piet aan de marktkoopman heeft betaald, inclusief het wisselgeld dat hij daarna van die marktkoopman heeft gekregen. Ik als Nederlander vond deze vorm van stampen volslagen achterhaald.
Discipline is me wel bijgebracht in China. Om 06.00 uur word je gewekt voor de ochtendgymnastiek. Vaak bekroop me de idee dat ik me gemeld had bij het leger. Prettig is wel de gewoonte dat iedereen hier 's middags een dutje doet.
Aan de universiteit in Guilin wordt 7 dagen in de week lesgegeven, tot 's avonds 22.00 uur. Als buitenlandse student had ik, goddank, slechts 5 dagen les per week, maar ook dat was bijzonder pittig. Na de les is het niet gezellig op naar de kroeg - dat fenomeen moet in Guilin nog worden uitgevonden-, maar studeren. Niet alleen de Chinezen studeren als gekken. Alle Aziaten in de klas vinden het de normaalste zaak van de wereld. Ze lijken niet anders gewend in Zuid-Korea, Vietnam etc. Het ambitieniveau van jongeren is ongekend hoog. Kennis, kennis vergaren is het parool.
Veel problemen die ik als Nederlander tegenkwam bij het aanleren van de taal, zou ik normaliter nog even met klasgenoten hebben doorgenomen. Helaas, ook zij spraken geen of amper Engels. De conversatie verliep hierdoor noodgedwongen via gebrekkig Mandarijn.
In het Chinese onderwijs, ik stelde het al eerder vast, wordt niet gedacht, maar wordt er voor je gedacht. Een onbekende 'men' heeft tientallen jaren geleden bepaald wat goed voor je is en dat wordt klakkeloos uitgevoerd.
Aan het eind van het leerproces word je als student afgeleverd als kant-en-klaar-radertje. Je kunt in principe de uit het hoofd geleerde lesjes opdreunen. Je hoeft maar op een knop te drukken en je gaat ratelen. De mens als machine. Ik had associaties met 'Modern Times' (1936, Charlie Chaplin).
Creativiteit, oorspronkelijkheid, individualiteit, inzicht... Daar zit men in China, zo lijkt het, niet zo op te wachten.
Is het onderwijs dat ik heb genoten effectief? Als 57-jarige kan ik me na 4 maanden stampen enigszins verstaanbaar maken in het Mandarijn, maar ik moet nog veel, heel veel oefenen. Hard studeren was het. Eerlijk gezegd heb ik van m'n leven nog nooit zo hard en gedisciplineerd gestudeerd. Er zat niet veel anders op. Ik wilde voorkomen er voor spek-en-bonen bij te komen zitten. Echter, ik kan me beslist effectievere methoden voorstellen om een Europeaan wegwijs te maken in de Mandarijnse taal.
Binnenkort sluit de universiteit in Guilin haar poorten. Ondanks mijn kritiek op het onderwijssysteem, zal ik de campus met weemoed en dankbaarheid verlaten. Ik heb er namelijk bovenal een fantastische tijd gehad: heb me kunnen onderdompelen en verdiepen in de Chinese cultuur en heb ongelooflijk veel aardige en bijzondere mensen leren kennen.
Een semesterstudie in een vreemd land. Ik kan het van harte aanbevelen.
