maandag 2 juni 2008
Mens of machine? (vervolg)
Waarom is het Chinese onderwijssysteem zoals het is? Ik heb in Nederland zelf veel onderwijsvernieuwing aan den lijve ervaren: van schools, naar Mammoet- naar projectonderwijs. Het Chinese onderwijs daarentegen lijkt net zo flexibel als karststeen. Er moet als het ware eerst een aardbeving overheen wil het veranderen.
Het lijkt me niet zozeer de politieke ideologie die het autoritair overkomend Chinese onderwijsmodel bepaalt. Democratieën als Vietnam, Zuid-Korea etc. hanteren hetzelfde model, zo vertelden mij m'n klasgenoten. Ik kan daarom geen andere reden bedenken dan dat de complexiteit van de taal, en dan met name van het karakterschrift dat ook in veel andere Aziatische landen regel is, de sleutel is die veel kan verklaren over de inrichting van het Chinese onderwijs.
Het karakterschrift is dermate ingewikkeld dat kinderen van jongs-af-aan worden gedrild. Het schrift wordt echt in de onschuldige kinderhoofdjes gebeiteld. Iedere dag moeten Chinese kinderen, althans zo heb ik mij laten vertellen, als huiswerk een karakter maar liefst 100 x op een vel reproduceren. Het zou de enige werkbare methode zijn om dit schrift, dat tevens een groot gevoel voor detail vraagt, te laten beklijven in de hersenpan.
Ervaringsdeskundig als ik inmiddels ben, kan ik melden dat slechts een beperkt aantal karakters te herleiden is tot een min of meer concrete, versimpelde voorstelling van de werkelijkheid. De meeste karakters zijn, helaas, niet op basis van een bepaalde logica tot stand gekomen. Of moet het zijn dat ik nog niet zover ben?
Vooralsnog moet je veel karakters, heel dom, in je hoofd stampen en zien te onthouden via allerlei ezelsbruggetjes. Een gewone Chinees, een taxichauffeur, een marktkoopman, zou gemiddeld 3.000 karakters beheersen. Ik vind dat een topprestatie als je IQ niet meer is dan gemiddeld. Daar hebben die mensen ongelooflijk veel moeite voor moeten doen, strijd voor geleverd. Het kan niet anders dan dat Chinezen, Aziaten, aan het leren beheersen van de karakters een deel van hun kind-zijn hebben opgeofferd.
Ik ben dus geneigd te veronderstelen dat het karakterschrift de Chinese geschiedenis en cultuur in belangrijke mate heeft bepaald. De discipline, wilskracht, volharding, zorgvuldigheid die het beheersen van dit karakterschrift vraagt, vormen een mens, een volk, een land. Wellicht dat Chinezen daarom in een aantal opzichten kinderlijk zijn gebleven en over het algemeen niet verder komen dan kopiëren. Hun emotionele ontwikkeling is een andere dan die in westerse landen. In China is voor kinderen en jongeren domweg niet zoveel plek en ruimte voor persoonlijke groei, voor creativiteit, voor het exploreren van talenten.
Als kind leer je hier niet zozeer spelen, maar domweg karakters tekenen. Kinderen komen er hier niet aan toe zich af te vragen wie ze zijn en wat ze willen. Het ontwikkelen van een persoonlijke mening is iets dat ruimte vraagt in tijd en in mind. Die tijd is er niet in het onderwijs en in het gemiddelde Chinese gezin zit men 's avonds ook niet gezellig met z'n allen rond de rijstpan te agogen. Vaders werken vaak in een andere provincie en komen, in het negatieve geval, maar 1x per jaar naar huis. Ook vrouwen moeten in het geëmancipeerde China hard werken om hun gezin draaiende te houden. Veel studenten vertellen mij door hun grootouders te zijn opgevoed. In China is kortom heel hard studeren en/of heel hard werken het parool.
Als puber doe je over het algemeen niet de studie die het meest past bij jouw persoonlijke kwaliteiten en talenten, maar volg je de studie die je ouders op inschatting van toekomstig rendement voor je hebben uitgekozen. Het is de bedoeling dat je als kind later voldoende verdient om je ouders een onbezorgde oude dag te bezorgen.
Veel jongeren dragen hierdoor een zware, morele last met zich mee. Ze mogen niet mislukken, want hun ouders zetten alles opzij, werken dag en nacht, om hun studie te bekostigen. Die jongeren kunnen zich niet de luxe permitteren zich af te vragen of ze wellicht iets anders hadden gewild. Degenen die dat wel doen, hebben het moeilijk. In de beslotenheid van mijn appartement heb ik aangrijpende levensgeschiedenissen aangehoord.
In China worden jongeren gekneed, beter gezegd, laten ze zich vooralsnog kneden. Maar met al die buitenlandse studenten binnen de Chinese universiteitspoort en met de communicatiemogelijkheden van internet, kan het niet anders dan dat ook het Chinese onderwijs ooit veranderingen zal moeten ondergaan. Niets is statisch; vroeg of laat wordt er aan geknaagd. Veel jongeren die ik spreek op de campus hunkeren naar emotionele ruimte, naar wat minder prestatiedruk. Ze zien buitenlanders rondlopen op de campus die zich anders gedragen dan zij; buitenlanders die meer hun eigen weg gaan, een eigen mening hebben, en zich niet laten bepalen door een vorm van groepsdruk of door een 'omdat dat nu eenmaal zo hoort'.
Chinese studenten die het zich kunnen permitteren, slaan hun vleugels uit naar het westen. Ik begrijp dat goed. Het gaat ze niet alleen om de extra know-how, maar minstens ook om te proeven aan vrijheid van denken en handelen. Ze willen zich een beetje losmaken van de knellende banden en het eenrichtingsverkeer in het thuisland. Laten we al die studenten met open armen ontvangen. Het prijskaartje verdient zich vanzelf terug doordat hierdoor begrip wordt gekweekt voor de waarden en de verschillen van de culturen. Zoiets is, mondiaal gesproken, goud waard.
De ervaringen die die jonge Chinezen in Europa en elders in de wereld opdoen met andere vormen van onderwijs, zal onvermijdelijk ooit haar weerslag hebben op de organisatie van het Chinese onderwijs.
Uiteraard heeft het Chinese onderwijs zoals ik dat heb genoten, ook mij aan het denken gezet. Zo werken die dingen nu eenmaal. Het Chinese onderwijs namelijk heeft ook zo haar voordelen. Er is bijvoorbeeld groot respect voor de kennis van de docent. En enige vorm van discipline krijg je hier voor de rest van je leven gratis bijgeleverd.
