zaterdag 26 april 2008

'Guanxi': relatienetwerken



Al sta je maar op goede voet met één Chinees, dan al gaat er een nieuwe wereld voor je open. Hij/zij heeft altijd wel iemand in zijn/haar netwerk die jou kan helpen met het oplossen van een probleem of met het beantwoorden van een vraag. Een oom, tante, studiegenoot is snel gebeld en wordt met grote vanzelfsprekendheid ingeschakeld om je op je wenken te bedienen. Alle Chinezen lijken met elkaar verbonden te zijn via zicht- en onzichtbare schakels. Hun mobiele telefoontjes bevatten honderden, mogelijk voor jou interessante connecties om je verder te helpen. Die schijnbaar vanzelfsprekende vriendendiensten van Chinezen, vind ik ongekend.
Via een paar contacten op de campus, leer ik steeds meer Chinezen kennen. Ze tippen mij als er iets leuks op stapel staat, brengen me in contact met relaties waarvan ze veronderstellen dat ze van meerwaarde kunnen zijn en voeren in mijn naam en belang prijsonderhandelingen alsof hun leven er van afhangt.
Ik vind dat hele 'guanxi'-gebeuren een boeiend fenomeen. Een Chinees is nooit alleen, maar altijd letterlijk of virtueel verbonden met honderden andere Chinezen. Gezamenlijkheid is een groot goed in China. Het lijkt integraal deel uit te maken van de cultuur. Een Chinees groeit niet op in een gezin, maar in een groter geheel: in een familiegemeenschap. Zijn/haar ouders wonen vanzelfsprekend in bij de grootouders en de familiebanden lijken onverbrekelijk.
Gaat een Chinees naar de middelbare school of naar een universiteit, dan gaat ie vanzelfsprekend op kamer. Zo'n kamer deelt ie met vele anderen. Geldgebrek speelt daarin uiteraard een rol, maar Chinezen houden ook van gezelligheid, van het delen van lief en leed met elkaar. In China vindt het socialisatieproces kortom plaats via groepen. Daarin leren ze anderen te nemen zoals ze zijn; leren ze om te gaan met verschillen en leren ze conflicten onder de pet te houden.
Individualiteit, het beschikken over persoonlijke ruimte in letterlijke en figuurlijke betekenis, lijkt vooralsnog weinig prioriteit te hebben. Chinezen met een uitgesproken visie, heb ik vooralsnog niet ontmoet. En ontmoet ik eens een 'denkertje' of 'piekertypje', dan is het niet vanzelfsprekend dat deze zich over zijn of haar diepere gedachten naar mij uitspreekt. Alsof ze dat niet zijn gewend en er niet goed raad mee weten.
Als Chinezen met elkaar praten en verkeren, lijkt het verlangen naar harmonie, naar het plezierig willen omgaan onder en met elkaar, te overheersen. Alsof er geen tegenstellingen bestaan.