Alle studenten moeten hun wasje doen in een gemeenschappelijke wasruimte. Met borstel en zeep zijn de meesten druk in de weer om handmatig waskracht te genereren. Het zicht op de studentenflats toont alle dagen van de week ladingen was aan drooglijnen.
Mijn appartement heeft een wasmachine. Een rijk bezit. Ik ben bevoorrecht temidden van 17.000 inwonende studenten zonder. Inmiddels heb ik onder de Nederlandse studenten het predikaat 'wasvrouwtje'. Soms in pyama, steevast vergezeld van een emmer of tas vol vuil goed, vragen ze vriendelijk bij mij belet. Op die wasmachine in mijn appartement zijn ze maar wat jaloers.
Nu is die wasmachine van mij geen frisogende Miele met allerlei modernistische toeters en bellen, maar een apparaat waar men zich in Nederland in de jaren 50 nog voor zou generen. Mijn machien namelijk, wast alleen met koud water.
Omdat warm water mij toch wel onontbeerlijk leek om het vuile goed goed schoon te wassen, heb ik een waterkoker aangeschaft. Ik kook daarin 2 liter water en mik dat in de opening van mijn apparaat. Vervolgens druk ik op een knop en oorverdovend vult mijn handyman zich verder vol met het koude vocht uit de kraan en slaat aan het werk. In de hoogste stand houdt ie het vaak al na zo'n 20 minuten voor gezien. En aan centrigueren heeft ie duidelijk een broertje dood. Daar maakt ie zich met een enkele zwiep met een Jantje van Leiden van af.
Ik heb maar een touwtje gespannen boven m'n balkon. En met ouderwetse knijpers hang ik er vervolgens mijn en andermans wasjes te drogen.
