De komende Olympische Spelen in Beijing zijn geen geïsoleerde activiteit van het IOC of een exclusief speeltje van het Chinese staatsapparaat. Het is een feestje dat alle Chinezen raakt, aangaat en met trots vervult.
De gewone man in de straat kan je exact vertellen hoeveel dagen, uren, minuten nog zijn te gaan voordat het zover is. Koop je een wekker, dan koop je er inclusief een teller bij die aangeeft hoeveel nachtjes het nog slapen is. In winkelcentra, op kruispunten: overal flikkert je de tijdtelling tot de Olympics tegemoet.
Zoals je als kind in Nederland precies het aantal nachtjes slapen wist te melden totdat de goede Sint je zou verrassen, zo telt de gemiddelde Chinees het aantal nachten dat hem scheidt van de Spelen.
Het is zo'n belangrijk evenement, dat de traditionele meiweekvakantie van alle Chinezen is gehalveerd. Die ingeleverde vrije dagen worden gecompenseerd tijdens de Olympische spelen. Alle Chinezen krijgen dan een week vrij.
In de China Daily wordt aangekondigd dat de Chinese zwemmers revanche willen nemen op het povere resultaat dat ze tot nu toe boekten. Reken er maar op dat China alle records zal willen verslaan. En 'dat China' betreft alle Chinezen. Dat feestje mag je de Chinezen, die gewone man en vrouw in de straat, niet afnemen. Een Nederlands kind vindt het op 5 december ook niet prettig om pijnlijk herinnerd te worden aan zijn fouten en gebreken. Kritiek verpak je bij die gelegenheid in een rijm of in een leuke surprise.
Criticasters in de Lage Landen zouden hun kritiek ook moeten zien te verpakken. Frontaal in de aanval valt, ook bij de gewone man en vrouw in China, gewoon altijd helemaal verkeerd.
