zondag 30 maart 2008
Koekoek-koekoek, tring-tring
De mobiele telefoon is in het Nederlandse straatbeeld niet meer weg te denken. Doodziek word ik van het irritante getring, ge-dingdong, ge-Vivaldi en ge-koekoek in de openbare ruimte en de nietszeggende gesprekken die erop volgen. Als het nou nog eens ergens over ging...
Jaren geleden, in de Thalys van Rotterdam naar Parijs, maakte ik mee dat een gescheiden man, op stap met zijn drie bloedjes van kinderen, urenlange bekvechtgesprekken hield met zijn ex. De hele coupé luisterde gebiologeerd mee. Maar tegenwoordig? Wat moet ik nou toch aan met 'ik sta nu bij de AH en de kippenbouten zijn in de aanbieding', of, 'ja, ik zit nu in de trein'. Slaapverwekkende dialogen en ze verstoren je eigen, stille overpeinzingen en dromerijen.
De terreur van de mobiele telefoon in de Nederlandse openbare ruimte is echter heilig vergeleken met de mobiele telefoonintensiteit in China. Hier lijkt het adagium 'ik telefoneer mobiel, dus ik besta'. Op het 'je pense, donc je suis', hebben ze het hier van hogerhand niet zo begrepen, dus dat komt goed uit.
Zelfs tijdens de lessen gaat met grote regelmaat een mobieltje af en niemand die er wat van zegt. Opmerkelijk.
Ben ik in gesprek met een Chinees, dan gaat om de paar minuten de telefoon. Er is een sms-je of een gesprek. Chinees excuseert zich niet, maar gaat doodgemoedereerd aan de babbel met die onbekende ander aan de lijn of stuurt een sms-je terug. Chinezen zijn kortom nooit alleen. Ze worden dag en nacht op de hielen gezeten door hun vele vrienden. Ik geloof dat ik de een van de heel weinigen in China ben die zich niet per definitie bedient van de mobiele telefoon. Stomverbaasd zijn ze als ik vertel dat ik er wel een heb, maar deze alleen in noodgevallen gebruik. Ritueel na iedere eerste kennismaking is namelijk het uitwisselen van mobiele telefoonnummers.
Ik moet er echt niet aan denken dat de vele 'fliends' die ik hier inmiddels heb - je hebt hier al binnen 5 minuten het predikaat 'fliend'-, mij bij nacht en ontij gaan lastigvallen en achtervolgen met prietpraat. Dan zou ik pas echt het gevoel hebben te leven in een politiestaat.
