zondag 30 maart 2008
Badkamertegel-architectuur
China maakt haast met de wederopbouw van stad en dorp. Sfeervolle wijkjes gaan zonder pardon tegen de vlakte. Daarvoor in de plaats komt sociale hoogbouw. Deze is ofwel uitgevoerd in kaal beton óf in kaal beton waarvan de buitenkant bekleed is met egale badkamertegels. Een kwaliteit tegel die ze bij de Gamma in de uitverkoop nog niet aan de straatstenen kwijtraken. Zo'n tegel dus. Meer smaken lijken ze hier voor de modale Chinees niet in huis te hebben.
Die nieuwe, uniforme, uitgestrekte wijken hebben iets fantasie- en troosteloos. Ze lijken ook allemaal op elkaar, zoals ik de meeste Nederlandse Vinex-wijken en moderne winkelcentra ook op elkaar vind lijken. Slechte imitaties kortom van wat ik onder het 'goede leven' zou verstaan. Ik raak altijd wat droevig gestemd in dat soort contreien en vraag me dan af of mensen daar nu echt gelukkig van worden.
Zoals Adèle Bloemendaal ooit treffend zong 'Die goeie ouwe tijd heeft nooit bestaan', zo zal dat voor China uiteraard ook gelden. Maar moet die nieuwe tijd dan zó afzichtelijk worden vorm gegeven?
Maar dan ineens stuit je op een pareltje. Een wijkje in Guilin, verscholen achter de borders van de Li-rivier. Een wijkje dat je 50 jaar terugbrengt in de tijd. Lage, zelfgebouwde houten huisjes langs smalle straatjes, ambachtslieden druk aan het werk in hun werkplaatsje annex woonkamer; tientallen oude vrouwtjes die geneeskrachtige kruiden te koop aanbieden; met een kapper en een tandarts met open-deurnering en waar een oude man rijst poft boven een vuurtje van takken. Een wijkje waar de kip geslacht wordt waar je bijstaat, met de biljarttafel op straat en waar vrolijk gekwek de straten vult. Zo'n buurtje dus. Hoe lang nog?
