De meeste hotelkamers en restaurants in China tellen inmiddels toiletten met een pot. Iets anders is het gesteld met veel openbare toiletten. Vaak bestaan deze uit een lange betonnen geul die uitgegraven is in de grond. Op die geul zijn overdwars afscheidingen geplaatst en tussen die afscheidingen laat je de broek zakken, ga je in hurkzit en doe je je behoefte.
Er zijn dus geen deuren. Toiletpapier koop je bij een toiletdame die haar papier klaarblijkelijk van overheidswege op rantsoen heeft gezet. Het papier dat zij distribueert is namelijk amper voldoende om je neus in te snuiten.
Zo moeilijk als Chinezen zijn in het uiten van affectie in het openbaar, zo makkelijk laten ze in het bijzijn van anderen de broek zakken. Mijn persoonlijke voorkeur geldt het tegenovergestelde, maar mogelijk beschouwen Chinezen dat als een westerse aberratie.
Eerlijk gezegd vind ik de hurkzit al erg tobben. Ik heb altijd de angst dat ik uit balans raak en met mijn derrière achterover kukel in de derrie van een ander. Hoofdbrekens zat op zulke intieme momenten. Ik zit dus beslist niet te wachten op een stel toeschouwers die mijn verrichtingen nieuwsgierig gadeslaan. En al helemaal niet als ik aan de diarrhee ben.
Nou, dan ben je in China aan het verkeerde adres. Chinezen vinden toiletverrichtingen van buitenlanders allemachtig interessant. Het zijn gewoon nieuwsgierige 'pottenkijkers' en nemen de tijd om je prestaties te observeren en te bediscussiëren.
Moderne Chinezen staan na gedane zaken ook niet gelijk op, zo nam ik waar. Op hun gemak maken ze het telefoongesprek af dat ze in hurkzit en met de broek op de enkels op hun mobieltje voeren.
