Aan de Guangxi Normal University in Guilin wil ik mij bekwamen in het Mandarijn. Een hele opgaaf. Ik heb weinig zitvlees en een toch wel volle geheugenschijf na 56 levensjaren.
Het straffe lesregime van 6 dagen per week, het in m'n kop stampen van al die moeilijke klankwoorden, de atletiekoefeningen van mijn spraakorgaan. Misschien moet ik wel met de Nederlandse vlag paraderen tijdens de introductieweek en slaap ik alle nachten slecht omdat
de springveermatras in China nog moet worden uitgevonden.
Dit alles lijkt mij peanuts vergeleken bij een dagelijks portie noedelsoep bij het ontbijt. Alleen al de geur. En dan die onfatsoenlijk lange bamislierten waarbij de vette bouillon in je gezicht spettert. Om het nog maar even niet over de kleur te hebben. Nooit eens een gezellig tomaten- of aspergesoepkleurtje, maar zo'n kwallensnotkleur. Over de brokjes onbestembaars in die soep wil ik het niet eens hebben.
Alleen al het besef dat dat je ontbijt wordt. Een nachtmerrie.
Ontleend aan Wikipedia:
'Guilin rijstnoodles zijn de lokale ontbijtvezels sinds de Qin-dynastie en staan bekend om hun delicate smaak. Deze noodles werden indertijd bereid voor Qintroepen die leden aan diarree omdat ze het lokale spicy eten niet verdroegen. Dé specialiteit in Guilin is noodles met paardenvlees, maar het gerecht kan ook besteld worden zonder paardenvlees.'
