Het was eind jaren zestig en bij dansschool Van der Meulen aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag. De Engelse wals, de foxtrot, cha-cha-cha, de Samba, de vogeltjesdans, de tango. Ik leerde de passen, haalde het basisdiploma stijldansen, maar vervolgens deed ik er niet veel meer mee. Andere tijden waren aangebroken.
In China deed ik de wonderbaarlijke ontdekking dat Chinezen gek zijn op alle dansen die in Nederland in de mottenballenzak zijn beland. Op pleinen en in hotels wordt er menige avond lustig op los gewalst. Een paar speakers met luidschallende Strauss-muziek en jong en oud zijn niet meer te houden. Zeer gedisciplineerd en zeer in de maat draaien honderden mensen op zo'n avond hun rondjes. Ze zijn er echt stapelgek op.
Een stel jonge Chinezen staat in de hoek van de zaal te ginnegappen en te overleggen. Ze hebben het over mij en kijken me telkens besmuikt aan. Ik knik ze maar eens vriendelijk toe. Een durfal stapt op mij af en in no time zwier ik met hem door de zaal. Na tien minuten is het 'changez' en beland ik braaf in de armen van de volgende Chinees uit het groepje. Geroezemoes over mijn dansprestaties in de zaal; er wordt zelfs geklapt. Een Chinese dame komt op mij af en vraagt of ik ook met die en die en die wil dansen.
Nadat om 23.00 uur het laatste nummer uit de speakers schalt, gaan de lichten aan en verdwijnen de dansers stilletjes en gedisciplineerd in de nacht. Er wordt naar mij gebogen en ik word hartelijk bedankt. Niemand blijft nababbelen of nahangen. Het gaat ze louter om het dansen.
