zondag 13 juli 2008

Zàijiàn China




Ruim vijf maanden heb ik in Guilin gewoond, in de provincie Guangxi. Een stad temidden van het schoonste dat China wat mij betreft heeft te bieden: het karstgebergte en de rivier de Li.
Ik heb in Guilin Mandarijn gestudeerd en daarnaast heb ik veel om me heen gekeken en me daarbij geen moment verveeld.

Ik heb de afgelopen maanden veel meegemaakt, meer dan ik op dit weblog kwijt kon of kwijt wilde. Toch heb ik via een aantal schetsen, impressies iets over willen brengen van mijn ervaringen en belevenissen. Veel mensen hebben mijn weblog gevolgd. Familie, vrienden maar ook mensen die ik niet kende, maar mij reacties stuurden en mij aanmoedigden door te gaan met verhalen. Dank jullie allen daarvoor.

Ik heb in Guilin mooie mensen ontmoet, mooi in de betekenis van authentiek, eerlijk, hartelijk, boeiend. Als student in een klas met voornamelijk jonge, ambitieuze Aziaten had ik geen moment het gevoel dat ik de nestor was. Maar aanpoten was het wel. Op de campus heb ik gewoond temidden van buitenlandse docenten. Mensen met een eigen geschiedenis, met een eigen verhaal. Ik heb bijles gekregen van jonge studenten. Studenten die mij met groot geduld door de voetangels en klemmen van de uitspraak hebben geloodsd. Ik heb avonturiers ontmoet uit alle windstreken, die in Guilin zijn neergestreken om er een nieuw bestaan op de bouwen.
Zoveel ontmoetingen, het scherpte mijn geest, het scherpte de blik op mijn eigen verleden.

Aan weer een fantastische periode in mijn leven komt binnenkort een eind. Leven, wonen, studeren in China heeft mij in veel opzichten verrijkt. Mijn herinneringen aan mijn verblijf in China zal ik koesteren. Ik voel mij bevoorrecht dat ik dit allemaal heb mogen meemaken.

Reizen, de wereld ontdekken, avonturieren. Het confronteert je met je eigen kleinheid, met je normen en waarden, met je Hollandse roots. Deze keer was ik geen passant, maar participant. Ik nam deel aan het Chinese leven zoals zich dat in Guilin aan mij voordeed. Een leven dat zoveel anders is dan ik was gewend, maar wat bracht het me mooie momenten en ontmoetingen.

Over een paar dagen keer ik terug naar de Hollandse polder. Op Schiphol stort ik me op de eerste de beste haringkar, want oh wat verlang ik naar een malse haring met ui.

Nieuwe uitdagingen wachten mij inmiddels. In de maand september zal ik in Cambodja werken als adviseur van een organisatie op het gebied van sociale werkvoorziening voor gehandicapten. Een nieuw land voor mij, een ander land ook dan China en dus weer een heel ander verhaal.

Ik hou u, lezers, op de hoogte. Dus wat mij betreft: zàijiàn.

zaterdag 12 juli 2008

Hong Kong, ofwel de maakbare mens




Hong Kong is druk - 7 miljoen mensen op een kluitje -, het is er lawaaiierig, de temperatuur is er in de maand juli warmvochtig drukkend, er zijn voornamelijk koopgoten/shoppingmalls en alles dat hier valt te beleven, is voorgekookt.
In Hong Kong is het onmogelijk spontaan een straat over te steken; via dranghekken langs de straten wordt het je onmogelijk gemaakt. In Hong Kong kun je niet verdwalen: iedere straathoek bevat een bordje met informatie dat je de juiste richting op wijst.
Maar Hong Kong is ook schoon, veilig - het wemelt van 'police'-, is lekker eten, is een mooie haven, is wolkenkrabbers. De ene wolkenkrabber architectonisch een nog hoger hoogstandje dan de andere, maar dan heb je het ook wel gehad.
Het mooiste stuk van Hong Kong Island wordt in beslag genomen door kantoorkolossen. Prachtige architectuur, dat wel, maar ook megalomaan. Ik zag prominent FORTIS flikkeren aan het water. Zal die reclame volgende maand ook nog flikkeren, vroeg ik mij af. De berichtgeving over de problemen van de bank indachtig.
Voorbij al die kantoormolochs kom je in woonwijkwolkenkrabbers. Kleine ramen, lage plafonds, weinig vierkante meters woonruimte. Kijk je uit het raam, kijk je in de slaapkamer van de buren in de wolkenkrabber aan de overkant.

Ik zit in Knowloon, aan de overkant van Hong Kong Island. Een buurt met weinig natuur. Wat zeg ik: zo goed als geen natuur. Er is weliswaar een parkje met bomen (na lang zoeken gevonden), maar die bomen dragen een plaatje met een nummer. Zoals in Nederland alle koeien een nummer in hun oor gestanst hebben gekregen, zo dragen alle bomen in Hong Kong een nummer. Zo zeldzaam zijn bomen hier. Planning en control lijkt al wat hier de klok slaat. Dan is het in Nederland welbeschouwd maar een anarchistische boel.

En in heel Hong Kong mag je niet roken: niet op straat, niet op het strand, niet in een park, niet in de horeca. Op het gesnapt worden met een sigaret staat een boete van 5.000 Hong Kong Dollar (500 Euro). Lurken aan een flesje water om te voorkomen dat je van de graat valt van de dorst, ik zweet hier al als ik knipper met mijn ogen, mag je ook al niet. Althans niet in bus, metro of tram. Sandwich of een zakje chips verorberen in het openbaar vervoer. Een boete 1.ooo Hong Kong Dollar (100 Euro) hangt je boven het hoofd.
Het meest opmerkelijke is nog dat iedereen zich moeiteloos, als een mak schaap, aan de regelgeving lijkt te houden, zich erdoor laat koeioneren. Dat verbijtstert me in deze wereldstad nog het meest.

Op deze zondagmiddag zag ik vanuit de tram honderden vrouwen op stoep en straat zitten. Ik stapte uit, want verkeerde in de veronderstelling dat er een staking gaande was. Van vrouwen nog wel. Geen staking echter. Alle Filippijnse kindermeisjes hebben op zondag hun vrije dag en scholen samen op straat om bij te kletsen. Ze verdienen klaarblijkelijk zo weinig dat ze geen geld voor een drankje in een van de talrijke cafees kunnen spenderen.
In heel Hong Kong is geen zwerver te bekennen. Althans, bijna geen. Ik snapte er gisteren bij toeval twee in de buurt van de haven. Twee vrouwen. Vandaag waren ze er al niet meer.

Ik geloofde er lange tijd niet in, in de maakbare mens, in de maakbare samenleving. Sinds ik mijn verblijf in China, weet ik beter. De mens is toch maakbaar. Ze zijn met 1.3 miljard in totaal. De meesten zijn prettig geconditioneerd zal ik maar zeggen. Maar als ze een borrel op hebben, komen er ook andere dingen naar buiten. Er wordt hier veel opgekropt. Onder al dat Pavlov-gedrag zit een vuur dat mij soms wel beangstigt.

vrijdag 11 juli 2008

Muskiet



Wist u dat de terreur van één muskiet erger kan zijn dan van tien straaljagers die de geluidsbarrière doorbreken? Een straaljager namelijk gaat altijd voorbij, een muskiet daarentegen blijft, tenzij je maatregelen treft.

In Guilin ontdekten de muskieten medio april mijn bestaan. Zoemmmzoemmm. Ik kon er niet van slapen.Waarom is een muskiet geconditioneerd op klapwieken boven een hoofd, mijn hoofd, en niet rond mijn grote teen, vroeg ik me geèrgerd af?

In Nederland is er wel eens een mug die mij treitert tijdens mijn slaap. Ik doe dan, net al u, het licht aan, pak een vliegenmepper, en sla zo´n kreng in principe met één enkele pats naar de eeuwigheid. Soms is de mug sneller dan ik kan meppen, maar gemiddeld is binnen 5 minuten de garantie op een ongestoorde nachtrust wedergekeerd.
Een muskiet daarentegen is een parasiet van een geheel ander kaliber. Ze zijn allereerst kleiner dan een mug. De muskieten in Guilin in het bijzonder waren van een liliputterformaat. Deed ik daar ´s nachts het licht aan om ze te verjagen, dan was het vaak lang zoeken met een krant of een handdoek in de aanslag naar mijn plaaggeest. Ik wilde op jacht, op muskietenjacht, maar waar was ie gebleven? Zelfs met bril op kon ik die minuscule opdonders niet gemakkelijk ontwaren. Klaarblijkelijk een veilig heenkomen gezocht, dacht ik aanvankelijk in mijn naìeviteit. Dus licht maar weer uit en oogjes toe. Maar daar was ie weer, pesterig zoemmzoemmend rond mijn hoofd. Gek werd ik er van.
Maatregelen waren dringend gewenst. Ik toog naar de Chinese middenstand en schafte mij zwarte spiralen aan die ik met een lucifer moest aansteken, evenals een elektrisch brandertje waarin ik een blokje moest stoven. Beide zouden de muskiet naar de eeuwige jachtvelden verbannen, zo werd mij bezworen.
Thuisgekomen ontstak ik beide elementen. Inderdaad, de muskieten dwarrelden ter plekke als neergehaalde B52-bommenwerpers tegen de grond. Echter, men had verzuimd mij bij de koop te melden dat niet alleen de muskiet, maar ook ik, ter aarde zou storten na mij te hebben blootgesteld aan de penetrante geuren die beide apparaten verspreidden. Wat een gif. Het sloeg mij op de luchtwegen en ik werd er onpasselijk van.
Weg met die rotzooi.
Dan toch maar liever een diepteinvestering gedaan. Ik kocht een groot muskietennet en drapeerde dat over mijn bed en kroop er onder. Erg benauwd was het wel en ik kreeg last van claustrofobie. Wat zag ik daar? Aan twee zijden bevonden zich doorgestikte naden waar je een touw doorheen kon trekken. Touw gekocht en met een veiligheidsspeld trok ik het touw door de meterslange zoom.
Probleem. Waar kon ik de vier touweindes aan bevestigen? Spijkers in de muur slaan was verboden.
De handvatten van mijn kledingkast boden uitkomst. Daar kon ik twee uiteinden kwijt. Ah, de gordijnrails! Deze bood soelaas voor een derde touweinde en een kledinghaak aan de deur van mijn slaapkamer werd het vierde bevestigingspunt. Iedere keer als ik de slaapkamerdeur opende, zeeg mijn net als een prima ballerina ineen om weer te herrijzen nadat ik de deur had gesloten. Een vermakelijk gezicht.
Via een luikje, dat zich aan één zijde van het net bevond, kon ik mijn bed veilig bereiken. Edoch, het luikje was er niet alleen voor mij, maar ook voor de muskiet, want weer zoemmzoemm rond mijn hoofd.
Op zoek naar knijpers. Ik vond ze, van Chinese makelij. Na een paar keer knijpen vielen ze weliswaar als losse elementjes uit elkaar, maar met twee dozijn knijpplezier op zak deed ik niet moeilijk. Na enig oefenen bleken die knijpers een probaat hulpmiddel om de muskiet definitief boven mijn hoofd te verwijderen. Ja, oefenen, want het is gemakkelijker gezegd dan gedaan om zonder muskiet in bed te belanden. Muskieten namelijk volgen het licht. Ik bedacht een procedure om ze slim af te zijn. Met mijn zaklantaarn zocht ik vooraf de bevestigingspunten van de knijpers op, prentte deze in m´n hoofd, deed de lantaarn uit, verwijderde op de tast in het donker snel de knijpers, dook in bed, bevestigde de knijpers weer op mijn luikje en kon aan een ongestoorde nachtrust beginnen.
Lastig in het begin was wel dat ik er ´s nachts wel eens uit moest en dan met mijn slaperige kop vergat dat ik eerst een paar rituelen moest uitvoeren om uit bed te geraken. Ik raakte dan in het donker verstrikt in het muskietengaas en moest me als een 'spiderwoman' bevrijden.
Op een gegeven moment echter had ik de routine te pakken in het in en uit bed geraken, zonder gezelschap van een muskiet. Het zoemde dan nog wel in mijn kamer, maar niet meer rond mijn hoofd.

zaterdag 28 juni 2008

Censuur




Hoe zou dat nou in China in haar werk gaan, censuur?
Ik vroeg het mij af nadat ik de Engelstalige uitgave van het mei-nummer van National Geographic had opengeslagen; een afgewogen uitgave, geheel gewijd aan dit immense rijk. Mijn oog viel op een doorgestreepte passage in een artikel over de geschiedenis van China en op een paar dichtgeplakte pagina's verderop in de uitgave.
Zou er bij iedere Chinese aanvoer- en luchthaven een ijverige partijdiender zitten, met viltstift en lijmpot in de aanslag, om Engelstalige publicaties te screenen en te kuisen op onwelvoeglijke taal? Zou ie daar een medaille mee verdienen? En wat denkt zo'n pennelikker dan vervolgens? Dat ik me door een met zijn zwarte vilstift doorgestreepte tekst en vastgeplakte pagina's laat intimideren? Dat ik dan deemoedig de ogen te neder sla?
Dan vergist die fijnslijper zich. Ik ben namelijk geen Chinees, gehard in discipline, maar een nieuwsgierige Europeaan. Mijn aandacht in ieder geval, was meer dan gewekt. De doorgestreepte alinea en dichtgeplakte pagina's werkten als een magneet op me. Ik moest en zou te weten komen wat mijn ogen niet mochten lezen. Was het een scabreuze tekst wellicht?
Ik hield de gewraakte pagina met doorgestreepte tekst tegen het licht en, eureka, ik ontcijferde wat voor mij verborgen moest blijven. Hou uw hart vast, misschien kunt u de vetgedrukte informatie niet verwerken:
'After 1900 when the Boxer Rebellion swept across Beijing, every decade included at least one major political upheavel. Usually these events were violent, ranging from the Japanese invasion to the Cultural Revolution to the massacre around Tiananmensquare in 1989.

Wat denken ze nu in China?
Dat u en ik niet allang wisten dat alles dat met die studentenopstand te maken had, in China wordt doodgezwegen?
Het ijverige partijkader moet me maar op m'n woord geloven. Over deze kwestie zal ik hier zwijgen als het graf. Ik respecteer de geschreven en ongeschreven codes van mijn gastland, maar 'Die Gedanken sind frei'.
Vrij vertaald luidt de eerste strofe van dit uit 1500 stammende Duitse verzetslied als volgt:

De Gedachten zijn vrij,
wie kan ze beletten?
Ze ijlen voorbij naar eigene wetten.
Geen mens kan ze raden,
of grijpen of schaden.
Hoe sterk hij ook zij,
de Gedachten zijn vrij!


Een land dat zich schaamt voor zijn fouten; dat pijnlijke geschiedenissen niet onder ogen wil zien en onder zwarte viltstift- en lijmstrepen wil bedekken. Daar denk ík uiteraard wel het mijne van.

zaterdag 21 juni 2008

Iedere Chinees ontpopt zich als docent Mandarijn



In Nederland heb ik nog nooit een Nederlands sprekende buitenlander gecorrigeerd in zijn uitspraak of in zijn zinsopbouw. Niet zozeer uit desinteresse, het kwam gewoon nooit bij me op. Ook omdat ik die buitenlander niet wilde beledigen of kwetsen.
In China echter ontpopt iedere Chinees zich spontaan als docent naar iedere buitenlander die Mandarijn probeert te spreken. Waar ik me ook begeef: een Chinees corrigeert spontaan mijn fouten in de taal. Ze hebben de taallessen die ze zelf tijdens hun schooljaren hebben gehad, nog goed in het koppie zitten. Met de vinger in de lucht beschrijven ze de juiste toon. Precies zoals mijn ijverige docenten het ook doen en corrigeren waar nodig mijn uitspraak en zinsopbouw. Niet zozeer om me de les te lezen, maar om me vooruit te helpen. Het gebeurt allemaal met groot geduld en ze doen het met groot plezier. Chinezen zijn er maar wat trots op dat een buitenlander hun complexe taal wil leren spreken. Ze helpen die persoon met genoegen vooruit.

Oplichten op z'n Chinees



Chinezen zijn handelaars. In Guilin waar ik tijdelijk woon, worden drie prijzen gehanteerd. Een lage prijs voor inwoners van Guilin; een hogere prijs voor buiten Guilin wonende Chinezen en een topprijs voor alles dat blank is. Een ijzeren wet, ook in andere steden, zo bleek mij.
Chinezen zijn aardig, maar je moet ze in de gaten houden. Als ze de kans krijgen, kleden ze je gewetenloos uit.
Wij wilden eens een dagje uit zonder allerlei beslommeringen. Hieronder beschrijf ik hoe zo'n dagje uit er met een Chinees reisbureau in de praktijk uitziet voor een buitenlandse toerist.

Een dagtocht naar de wereldberoemde rijssterrassen van Longji was snel geboekt. 'Special price', hadden ze gezegd bij het reisbureau. In plaats van de geafficheerde 180 Renminbi, hoefden wij maar 150 RMB af te rekenen (omgerekend 15 Euro). Voor Chinese begrippen goed aan de prijs, maar ja gemak dient de mens en 'luxe touringcar' en zo. Die luxe viel al gelijk tegen. Het was een gammel busje dat ons ophaalde. De airco werkte bovendien niet goed. Het was weliswaar bewolkt, maar toch 32 graden. Onze knieën pasten bovendien niet achter de stoelen, want het busje was op Chinezen ingesteld.
De volgende bezoekers werden bij diverse hotels opgehaald: 16 Chinezen in totaal. In het busje hield onze gebrekkig Engels sprekende reisbegeleidster in het Mandarijn een lang verhaal over de dollar; dat die munt tig maal zoveel waard was als de Renminbi en dat wij buitenlanders om die reden overal een ander tarief zouden moeten betalen. Mondje dicht voor de Chinezen. De Chinezen begrepen de boodschap. Pech voor de reisbeleidster: ook ik had haar boodschap begrepen.
Als zuinige Nederlander had ik gelijk zwaar de smoor in over deze Chinese prijspolitiek. Het Chinese gezelschap hoefde slechts 50 Renminbi af te rekenen voor dezelfde trip. Ik zei tegen mijn Amerikaanse gezelschap wat ik had gehoord en we spraken af dat we onze kont tegen de kribbe zouden gooien. We zouden ons niet verder laten tillen. Uiteraard voorzover dat in ons vermogen lag.
De bus stopte bij een gehucht met een toneelzaal. Hier zou een korte show worden opgevoerd door de minderheid Yao. Een bevolkingsgroep die bekend is geworden door het Guinness book of records. De Yao-vrouwen dragen haar van wel 1,5 meter lang en tijdens de uitvoering zouden ze hun geknotte haar ontknopen voor de toeristen. Mij bleek maar weer eens dat al die prijslijsten bij toeristische attracties alleen bestemd zijn voor buitenlandse toeristen. De reisleidster vroeg of wij per persoon 60 Renminbi wilden afrekenen en ze wees op de prijslijst. Voor de Chinezen zat de show in de toerprijs begrepen. Alle Chinezen trouwens mochten gratis naar binnen.
Wij weigerden de kaartjes voor de show af te nemen. De reisleidster, die luisterde naar de naam Leenders, bood mij de kaartjes vervolgens nog aan tegen 40 Renminbi, want een echte Chinees onderhandelt tot ie er dood bij neervalt. Maar wij, wij hadden geen trek meer in haar 'Chinese style'.
Op naar de rijstterrassen. We moesten overstappen in een ander busje. Een busje dat overigens net zo lang en breed was als ons busje. Leenders had inmiddels begrepen dat ze het niet al te bont moest maken. Wij betaalden haar 12 Renminbi per persoon; ons Chinese gezelschap voor hetzelfde ritje 6.
Aangekomen in het dorp Pin-An moesten we een eind de berg op klauteren. Tijdens die klim werd het zicht op de rijstterrassen verpest door de honderden kraampjes die langs de weg stonden uitgestald. Je kon geen pas zetten of je werd aangeklampt om iets te kopen.
Halverwege de klauterpartij zouden we lunchen. Op de rustplek aangekomen werd de mij inmiddels bekende Chinese truc uitgehaald. Engelse menukaarten voor de buitenlanders met verdriedubbelde prijzen. Onze reisleidster ging uiteraard over onze afrekening.
Op de terugweg stopten we onverwacht bij een waterval. Het was de bedoeling dat we in bootjes gingen raften over een woest kolkend riviertje met diverse watervallen. Voor de Chinezen in de toerprijs begrepen, voor ons 100 Renminbi per persoon. Niemand van ons reisgezelschap had schone kleren bij zich. Geen probleem vertelde de reisbegeleidster. Nieuwe kleren konden we ter plekke aanschaffen. Na enige aarzeling en overleg stapten de Chinezen toch in de rubberboten. Wij reden met het busje naar het eindpunt van de raft. Die Chinese juf kon ons wat.
Vrolijk, maar kleddernat stapten de Chinezen een uur later uit de boten. En zo stapten ze ook in het busje. Eenmaal terug in Guilin en werd iedereen afgeleverd waar ie die ochtend ook was opgehaald. De reisleidster stapte voortijdig uit. Ons werd geen 'zaijian'(tot ziens) toegewenst.

maandag 16 juni 2008

Overstroming in toeristenmekka Yangshuo




Yangshuo is het toeristenmekka, tevens parel in de kroon, van de provincie Guangxi. Vanaf Guilin is het een uur rijden naar deze prachtplek aan een van de mooiste gedeelten van het Karstgebergte, aan de Li-rivier.
Afgelopen vrijdag heeft het onheil toegeslagen en is het dorp overstroomd. Het water van de Li heeft het pittoreske Yangshuo veranderd in een grote modderpoel. Het water kwam wel tot 1 meter hoog. Het dorp werd tijdelijk afgesloten voor bezoekers. Bovendien was de electriciteit uitgevallen.
De zware regenval heeft weliswaar Guilin vooralsnog behoed voor natte voeten, maar verder stroomafwaarts is het dus een rampenverhaal. Waar ooit rijstvelden waren, ligt nu een enorme plas water. Chinezen staan vanaf de snelweg te vissen in de rijstvelden. Een vreemd gezicht.
Twee dagen na de overstroming - zondag 15 juni- bracht ik een bezoek aan Yangshuo. Winkeliers waren druk bezig de modder uit hun winkels te vegen. Hun gehele boedel stond, hing of lag kleddernat buiten te drogen en ging tegelijkertijd in de uitverkoop. Niet verkoopbare restanten werden in grote vuilniszakken afgevoerd. Koopjesjagers konden hun slag slaan.
Andere winkeliers hadden hun zaakjes al weer min of meer op orde. Jimmy, de eigenaar van 7the Heaven Café, vlakbij de drukke winkelstraat West Street, zat al weer achter een smakelijk bord noedels met beef. Hij vertelde mij dat het ieder jaar wel regent, maar dit jaar... In geen 50 jaar zou Yangshuo een overstroming als deze hebben gekend. Voor mensen als Jimmy, maar ook voor alle andere Chinezen in Yangshuo, is er bij rampspoed weinig tijd om bij de pakken neer te zitten. Over het algemeen zijn deze ondernemers niet verzekerd. Ze hebben de veerkracht om bij tegenspoed niet te jeremiëren, maar om de ontstane problemen daadkrachtig aan- en op te pakken. Er zit ook weinig anders op. De klanten van morgen moeten de gederfde inkomens weer enigszins compenseren.
Diegenen in Yangshuo die hun zaakjes al weer op het droge hadden, stonden glimlachend toeristen te woord in hun zaak. Alsof er niets was gebeurd. Inderdaad, in Yangshuo must the show go on en wordt niet lang teruggeblikt. Zoals in heel China, lijkt het wel.